KC04/23-0238
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ONTSLAG - BEWIJS
Indien de directeur een gedetineerde wil afzetten uit zijn werk, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18/6/2015 volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van die gevallen is wanneer de gedetineerde niet geschikt is voor het werk. De dienstnota bepaalt uitdrukkelijk dat de gedetineerde in dit geval ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
De klachtencommissie leidt hieruit af dat de directie meent dat klager ongeschikt is voor het werk en zich hiervoor baseert op drie RAD’s:
- een RAD inzake het bezit en het gebruik van een verboden substantie;
- een RAD inzake bedreigingen ten aanzien van een BAM medewerker;
- een RAD inzake eten van eten van de grootkeuken zonder toestemming.
Wat betreft het RAD inzake de bedreigingen ten aanzien van een BAM medewerker, meent de klachtencommissie dat de directie zich hierop niet kon steunen bij de beoordeling van de afzetting van werk. De directie heeft zich namelijk louter gebaseerd op de verklaringen van een medegedetineerde, zonder deze verklaringen verder te onderzoeken. De directie is als administratieve overheid gebonden door het zorgvuldigheidsbeginsel. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist onder meer een zorgvuldig onderzoek naar de feiten. Door na te laten de feiten te onderzoeken en de nodige opvolging te geven aan het RAD, schendt de directie het zorgvuldigheidsbeginsel. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat het RAD inzake de bedreigingen ten aanzien van een BAM medewerker bezwaarlijk kan dienen als basis voor klagers afzetting van werk.
De klachtencommissie meent dat de directie uit de overige twee RAD’s – inzake het bezit en gebruik van verboden substanties en inzake het eten van eten van de grootkeuken zonder toestemming – redelijkerwijze kon afleiden dat klager ongeschikt is voor het werk en dit naar behoren motiveerde.
De klachtencommissie merkt op dat in de ordemaatregel tot afzetting van werk duidelijk te lezen staat dat klager zijn plaats op de wachtlijst niet behoudt. Hieruit volgt de onwettigheid van de ordemaatregel, wat betreft het feit dat klager onderaan de wachtlijst is geplaatst.
Indien de directeur een gedetineerde wil afzetten uit zijn werk, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18/6/2015 volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van die gevallen is wanneer de gedetineerde niet geschikt is voor het werk. De dienstnota bepaalt uitdrukkelijk dat de gedetineerde in dit geval ander werk kan krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
De klachtencommissie leidt hieruit af dat de directie meent dat klager ongeschikt is voor het werk en zich hiervoor baseert op drie RAD’s:
- een RAD inzake het bezit en het gebruik van een verboden substantie;
- een RAD inzake bedreigingen ten aanzien van een BAM medewerker;
- een RAD inzake eten van eten van de grootkeuken zonder toestemming.
Wat betreft het RAD inzake de bedreigingen ten aanzien van een BAM medewerker, meent de klachtencommissie dat de directie zich hierop niet kon steunen bij de beoordeling van de afzetting van werk. De directie heeft zich namelijk louter gebaseerd op de verklaringen van een medegedetineerde, zonder deze verklaringen verder te onderzoeken. De directie is als administratieve overheid gebonden door het zorgvuldigheidsbeginsel. Het zorgvuldigheidsbeginsel vereist onder meer een zorgvuldig onderzoek naar de feiten. Door na te laten de feiten te onderzoeken en de nodige opvolging te geven aan het RAD, schendt de directie het zorgvuldigheidsbeginsel. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat het RAD inzake de bedreigingen ten aanzien van een BAM medewerker bezwaarlijk kan dienen als basis voor klagers afzetting van werk.
De klachtencommissie meent dat de directie uit de overige twee RAD’s – inzake het bezit en gebruik van verboden substanties en inzake het eten van eten van de grootkeuken zonder toestemming – redelijkerwijze kon afleiden dat klager ongeschikt is voor het werk en dit naar behoren motiveerde.
De klachtencommissie merkt op dat in de ordemaatregel tot afzetting van werk duidelijk te lezen staat dat klager zijn plaats op de wachtlijst niet behoudt. Hieruit volgt de onwettigheid van de ordemaatregel, wat betreft het feit dat klager onderaan de wachtlijst is geplaatst.