Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0049

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen:
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing

1. De voorlopige maatregel

De klachtencommissie meent dat de directie onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de interne veiligheid werd aangetast door het gedrag van klager. De directie geeft zelf aan dat zijn gedrag “de rust en orde op sectie” verstoort, wat volgens de klachtencommissie eerder wijst op een gevaar voor de orde of de veiligheid dan een “ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Deze laatste optie vereist namelijk verzwarende omstandigheden, waarbij of de fysieke integriteit van personen in de gevangenis wordt aangetast, of de goederen in de gevangenis een gevaar lopen op beschadiging, vernieling of ontvreemding. Voorbeelden hiervan zijn gedetineerden die zich fysiek of verbaal agressief gedragen, incidenten waarbij gedetineerden mensen bedreigen, onder druk zetten,…. De klachtencommissie is dan ook van mening dat de kwalificatie van de feiten als een “ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid” onvoldoende gemotiveerd wordt.

Aangezien verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte enkel kan worden opgelegd bij een "ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid", ziet de klachtencommissie geen andere mogelijkheid dan de voorlopige maatregel te verbreken.

2. De tuchtbeslissing

De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten als “opzettelijke aantasting van de orde” (tuchtinbreuk eerste categorie) onredelijk. Ze begrijpt dat klagers gedrag de orde heeft aangetast, maar deze tuchtinbreuk vereist dat klager dit opzettelijk heeft gedaan. Daarom herkwalificeert de klachtencommissie de tuchtrechtelijke feiten als enkel een tuchtinbreuk van de tweede categorie, namelijk het “geen gevolg geven aan de aanmaningen van het personeel”.
Er werd een beroepsdossier met referentie KC99/24-0003 opgestart