Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0113

Ongegrond Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht Ordemaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT

Klager dient klacht in tegen
- een voorlopige maatregel
- een ordemaatregel
- een tuchtbeslissing

1. De voorlopige maatregel

De klachtencommissie meent dat het volhardend blijven weigeren van klager om zijn cel op te kuisen de voorlopige maatregel rechtvaardigt. Wanneer de directie hier niet op reageert, kan dit namelijk aanstekelijk werken ten aanzien van andere potentiële relschoppers, waardoor de interne veiligheid in het gedrang komt.

2. De ordemaatregel

De directie heeft op de zittingen van de klachtencommissie uitgelegd dat er geen ordemaatregel werd genomen ten aanzien van klager. Klager en zijn advocaat hebben dit niet weerlegt. De klachtencommissie beschouwt de klacht van klager inzake de ordemaatregel dan ook als onbestaande en niet-ontvankelijk.

3. De tuchtbeslissing

• Wat betreft het afgaan van de sprinkler

De klachtencommissie meent dat het rapport van de externe dienst VINCI geen twijfel toelaat omtrent klagers rol in het afgaan van de sprinkler. Het rapport bevestigt met andere woorden de tuchtbeslissing (“dit nadat de externe dienst VINCI had vastgesteld dat de sprinkler in de cel was afgegaan door manipulatie van de bewoner”). De klachtencommissie meent dan ook dat de directie de feiten op het moment van het nemen van de tuchtbeslissing redelijkerwijze als bewezen kon beschouwen.

• Wat betreft het verstoren van de orde na het afgaan van de sprinkler

De klachtencommissie meent ook dat het RAD voldoende duidelijk is. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager ook niet dat hij op de deur van medegedetineerde heeft gebonkt.