KC04/24-0133
Ongegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De klacht betreft de beslissing tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM).
De directie legde op 25 april 2024 een BVM op omwille van een gevaar voor de orde en de veiligheid. Deze ging in vanaf 25 april 2024 en eindigde op 1 mei 2024. De bijzondere veiligheidsmaatregel bestond uit:
- het ontnemen of onthouden van scherpe voorwerpen: “mag niet beschikken over scherpe of gevaarlijke voorwerpen in zijn verblijfsruimte”;
- observatie overdag en tijdens de nacht, met maximale eerbiediging van de nachtrust: “bijzondere bewaking om de 30 minuten”;
- onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn: “verblijf in een beveiligde cel aangeduid door de directie, tenzij de directeur meent dat een verblijf in een monocel op de benedenverdieping mogelijk is. Dit wordt dagelijks geëvalueerd”.
Gelet op de uitlating van klager over automutilatie, meent de klachtencommissie dat er inderdaad een risico bestond voor de veiligheid van klager. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De klacht is niet gegrond.
De klacht betreft de beslissing tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM).
De directie legde op 25 april 2024 een BVM op omwille van een gevaar voor de orde en de veiligheid. Deze ging in vanaf 25 april 2024 en eindigde op 1 mei 2024. De bijzondere veiligheidsmaatregel bestond uit:
- het ontnemen of onthouden van scherpe voorwerpen: “mag niet beschikken over scherpe of gevaarlijke voorwerpen in zijn verblijfsruimte”;
- observatie overdag en tijdens de nacht, met maximale eerbiediging van de nachtrust: “bijzondere bewaking om de 30 minuten”;
- onderbrenging in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn: “verblijf in een beveiligde cel aangeduid door de directie, tenzij de directeur meent dat een verblijf in een monocel op de benedenverdieping mogelijk is. Dit wordt dagelijks geëvalueerd”.
Gelet op de uitlating van klager over automutilatie, meent de klachtencommissie dat er inderdaad een risico bestond voor de veiligheid van klager. Bovendien is de BVM proportioneel en erop gericht om het concrete risico te verhelpen. De klacht is niet gegrond.