KC04/24-0140
Ongegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht is tweeledig:
1. een voorlopige maatregel
2. een tuchtbeslissing
Klager ontkent dat hij heeft geweigerd terug naar zijn cel te gaan toen er zich, tijdens de les, een stroompanne voordeed. Hij zegt dat hij enkel aan de lesgever heeft gevraagd of ze de les niet gewoon konden volgen aan de hand van de cursus. Hierop kwam een negatief antwoord, waarop klager zonder problemen mee naar binnen ging. Een directeur is met de lesgever gaan praten, en daaruit kwam een ander verhaal dat wat werd neergeschreven in het RAD. Klager ontkent dat er sprake was van een discussie.
1. De voorlopige maatregel
In het geval van een gevaar voor de orde of de veiligheid kan de directeur beslissen om bepaalde voorlopige maatregelen op te leggen, zoals de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten.
Gelet op de vaststellingen van de beambten en de directeur tijdens de noodprocedure, kon de directie beslissen dat er sprake was van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De eerste klacht is ongegrond.
2. De tuchtbeslissing
Klager kreeg bij tuchtbeslissing een tuchtsanctie van zes dagen ATV voor het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie ).
Gelet op de vaststellingen uit de RAD, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie meent dat het niet opvolgen van de bevelen van het personeel voor een situatie kan zorgen die de orde en de veiligheid in de gevangenis verstoort. In dit geval gebeurde dit door meerdere gedetineerden, wat voor een problematische situatie kan zorgen binnen de gevangenismuren, vooral in dergelijke noodsituatie.
De klachtencommissie acht de kwalificatie van de tuchtinbreuk correct en afdoende gemotiveerd.
De directie legde aan klager zes dagen ATV op. Klager meent dat deze beslissing oneerlijk is, en verwijst naar andere betrokken medegedetineerden die slechts werden berispt. De klachtencommissie verwijst naar de Basiswet die stelt dat de directeur bij de toemeting van een tuchtsanctie rekening dient te houden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen. Dit is voor iedere situatie verschillend en valt dus niet te vergelijken met andere gedetineerden.
De klachtencommissie acht de sanctie van zes dagen ATV wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht is tweeledig:
1. een voorlopige maatregel
2. een tuchtbeslissing
Klager ontkent dat hij heeft geweigerd terug naar zijn cel te gaan toen er zich, tijdens de les, een stroompanne voordeed. Hij zegt dat hij enkel aan de lesgever heeft gevraagd of ze de les niet gewoon konden volgen aan de hand van de cursus. Hierop kwam een negatief antwoord, waarop klager zonder problemen mee naar binnen ging. Een directeur is met de lesgever gaan praten, en daaruit kwam een ander verhaal dat wat werd neergeschreven in het RAD. Klager ontkent dat er sprake was van een discussie.
1. De voorlopige maatregel
In het geval van een gevaar voor de orde of de veiligheid kan de directeur beslissen om bepaalde voorlopige maatregelen op te leggen, zoals de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten.
Gelet op de vaststellingen van de beambten en de directeur tijdens de noodprocedure, kon de directie beslissen dat er sprake was van een gevaar voor de orde of de veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De eerste klacht is ongegrond.
2. De tuchtbeslissing
Klager kreeg bij tuchtbeslissing een tuchtsanctie van zes dagen ATV voor het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (een inbreuk van de tweede categorie ).
Gelet op de vaststellingen uit de RAD, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie meent dat het niet opvolgen van de bevelen van het personeel voor een situatie kan zorgen die de orde en de veiligheid in de gevangenis verstoort. In dit geval gebeurde dit door meerdere gedetineerden, wat voor een problematische situatie kan zorgen binnen de gevangenismuren, vooral in dergelijke noodsituatie.
De klachtencommissie acht de kwalificatie van de tuchtinbreuk correct en afdoende gemotiveerd.
De directie legde aan klager zes dagen ATV op. Klager meent dat deze beslissing oneerlijk is, en verwijst naar andere betrokken medegedetineerden die slechts werden berispt. De klachtencommissie verwijst naar de Basiswet die stelt dat de directeur bij de toemeting van een tuchtsanctie rekening dient te houden met de ernst van de inbreuk, de omstandigheden waarin zij plaatsvond, verzachtende omstandigheden en met de voorlopige maatregelen. Dit is voor iedere situatie verschillend en valt dus niet te vergelijken met andere gedetineerden.
De klachtencommissie acht de sanctie van zes dagen ATV wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.