Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0152

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Andere beslissing directeur
CELCONTROLE

De klacht betreft de celcontrole van 12 mei 2024 van de directie van de gevangenis van Beveren.

De klachtencommissie meent dat de klacht een de facto celcontrole betreft, aangezien een raam- en stavencontrole zich slechts zou moeten beperken tot het controleren van de ramen en staven zonder meer. Gelet op de bijkomende handelingen die in dit geval werden uitgevoerd en dit ook niet ter discussie staat, stelt de klachtencommissie dit gelijk met een celcontrole.

De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen elke beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van de gedetineerde werd genomen. Beslissingen “namens de directeur” omvatten alle beslissingen die binnen de gevangenis worden genomen, ook zonder uitdrukkelijke delegatie van de directie, tenzij wanneer de beslissing de bevoegdheid of de verantwoordelijkheid van de directeur te buiten gaat of, anders gezegd, wanneer de directeur er geen zeggenschap over heeft (b.v. de beslissing van de arts van de penitentiaire inrichting). Een celcontrole maakt gelet hierop een beslissing uit waartegen beklag kan worden ingediend.

Deze klacht is aldus ontvankelijk.

Klager meent dat de celcontrole niet correct is verlopen doordat:
- er een dienblad werd weggehaald;
- zijn microgolfoven mogelijk werd beschadigd;
- er geen bericht werd achtergelaten van de celcontrole.

Collectieve brief nr. 141 (bijlage 5) beschrijft de wijze waarop het onderzoek van de verblijfsruimte dient te worden uitgevoerd. Zo bepaalt deze onder meer dat de verblijfsruimte wordt onderzocht om na te gaan of deze in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels, en dat aan de gedetineerde een bericht wordt bezorgd dat zijn verblijfsruimte werd doorzocht wanneer hij niet aanwezig was op het ogenblik van de doorzoeking.

De directie stelt in haar verweer dat het dienblad niet op de cel van klager hoort te blijven. De klachtencommissie meent dat dit, gelet hierop, dus kon worden meegenomen door de beambten en dat dit in overeenstemming is met bovenstaande bepaling (“De verblijfsruimte wordt onderzocht om na te gaan of deze in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels”).

De klachtencommissie meent dat klager het niet aannemelijk maakt dat zijn microgolfoven ook effectief werd beschadigd tijdens de celcontrole.

De directie stelt dat er in casu sprake was van een raam- en staafcontrole, wat geen individuele beslissing van de directeur ten aanzien van klager uitmaakt. De klachtencommissie meent echter wel dat de raam- en staafcontrole het karakter heeft gekregen van een celcontrole doordat er een voorwerp werd verplaatst en een ander werd weggenomen (zie ook m.b.t. de ontvankelijkheid van de klacht).

Zoals hoger gesteld, dient er bij een celcontrole waarbij de gedetineerde zelf niet aanwezig is, een bericht te worden achtergelaten dat zijn verblijfsruimte werd doorzocht. Dit is volgens de dossierstukken niet gebeurd.

De celcontrole is dus niet gebeurd in overeenstemming met bijlage 5 bij CB nr. 141.

Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie acht een verdere tegemoetkoming niet nodig, omdat uit de stukken van het dossier niet blijkt dat de microgolf beschadigd was of vervangen diende te worden.