KC04/24-0184
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - BEZOEK
De klacht is tweevoudig en betreft
- een tuchtbeslissing
- het niet-doorgaan van een bezoek
1. De tuchtbeslissing
Klager heeft de plicht ervoor zorg te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis niet verstoort. Het is dan ook niet onredelijk van de directie om een tuchtsanctie te verbinden aan klagers gedrag, waarvan redelijkerwijze kan worden gezegd dat dit een verstorende werking heeft voor het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis.
2. Het niet-doorgaan van het bezoek
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde werden genomen. Ze is eveneens bevoegd voor elk feitelijk handelen dat in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Het feit dat klagers bezoek niet kon doorgaan staat rechtstreeks in verbinding met de tuchtbeslissing die aan klager werd opgelegd. De klacht is ontvankelijk.
Artikel 140, §2, derde lid van de Basiswet voorziet dat personen in ATV het recht behouden om verder bezoek te ontvangen van de in artikel 59, § 1, bedoelde personen van buiten de gevangenis. Op de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klagers bezoek niet is doorgegaan, omdat dit volgens de directeur een gevolg was van zijn ATV sanctie. Dit is strijdig met artikel 140, §2, derde lid van de Basiswet. De directeur had moeten waarborgen dat klagers rechtuit artikel 140, §2 derde lid van de Basiswet werd gerespecteerd, door aan klager voor te stellen dat hij zijn zoon op glasbezoek kon laten komen in plaats van gemeenschappelijk bezoek.
De klacht is tweevoudig en betreft
- een tuchtbeslissing
- het niet-doorgaan van een bezoek
1. De tuchtbeslissing
Klager heeft de plicht ervoor zorg te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis niet verstoort. Het is dan ook niet onredelijk van de directie om een tuchtsanctie te verbinden aan klagers gedrag, waarvan redelijkerwijze kan worden gezegd dat dit een verstorende werking heeft voor het menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis.
2. Het niet-doorgaan van het bezoek
De klachtencommissie is bevoegd voor het behandelen van klachten tegen beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde werden genomen. Ze is eveneens bevoegd voor elk feitelijk handelen dat in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Het feit dat klagers bezoek niet kon doorgaan staat rechtstreeks in verbinding met de tuchtbeslissing die aan klager werd opgelegd. De klacht is ontvankelijk.
Artikel 140, §2, derde lid van de Basiswet voorziet dat personen in ATV het recht behouden om verder bezoek te ontvangen van de in artikel 59, § 1, bedoelde personen van buiten de gevangenis. Op de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klagers bezoek niet is doorgegaan, omdat dit volgens de directeur een gevolg was van zijn ATV sanctie. Dit is strijdig met artikel 140, §2, derde lid van de Basiswet. De directeur had moeten waarborgen dat klagers rechtuit artikel 140, §2 derde lid van de Basiswet werd gerespecteerd, door aan klager voor te stellen dat hij zijn zoon op glasbezoek kon laten komen in plaats van gemeenschappelijk bezoek.