KC04/24-0245
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
BEVEILIGDE CEL - VERZUIM
De klacht betreft de beslissing tot plaatsing in de beveiligde cel in de gevangenis van Beveren.
Volgens het verweer van de directie gebeurde de plaatsing op de beveiligde cel in opdracht van de arts, voor de veiligheid van klager. Het betrof geen beslissing van de directeur, en zou daardoor niet vatbaar zijn voor beklag.
Uit het dossier blijkt echter dat de arts de beslissing nam in overleg met de directie. De arts bevestigde de beslissing via e-mail op 19 augustus:
“Hierbij bevestiging van beslissing om [klager] in prikkelarme cel te plaatsen voor [zijn] eigen veiligheid, en met [cameratoezicht], in overleg met directie!”
De klachtencommissie wijst erop dat een plaatsing op een beveiligde cel enkel aan de directeur toekomt. Deze plaatsing kan enkel gebeuren op een tijdelijke en gemotiveerde wijze, met name via het opleggen van hetzij een voorlopige maatregel (artikel 145 §1 Basiswet), hetzij een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 110 e.v. Basiswet). Deze maatregelen worden in de Basiswet omkaderd met een aantal wettelijke waarborgen.
De Basiswet voorziet géén mogelijkheid tot plaatsing op de beveiligde cel door een arts. Deze praktijk is onwettig. In de hypothese dat de directie dus geen beslissing heeft genomen omtrent de plaatsing en dit louter een beslissing van de arts betrof (zoals zij in haar verweer schrijft), is de plaatsing van de klager in de veiligheidscel, onwettig.
In de hypothese dat de arts in overleg met de directie de beslissing nam en er dus wel een beslissing van de directie voorhanden is (zoals de e-mail doet uitschijnen), is de plaatsing van klager in de veiligheidscel alsnog onwettig.
De klachtencommissie begrijpt uit het dossier dat het niet de bedoeling was om klager in de beveiligde cel te plaatsen bij wijze van voorlopige maatregel (in afwachting van een tuchtprocedure ), maar wel bij wijze van bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het dossier blijkt namelijk dat deze werd genomen voor klagers eigen veiligheid, zonder dat deze een bestraffend karakter heeft. De Basiswet bepaalt dat, in het geval van een bijzondere veiligheidsmaatregel, de gedetineerde schriftelijk in kennis wordt gesteld van de beslissing alsmede van de motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen.
In het voorliggend dossier was er echter geen sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel die ten grondslag lag aan de beslissing tot plaatsing op de beveiligde cel. De beslissing tot plaatsing op de beveiligde cel werd genomen zonder wettelijke grondslag, door iemand die hiervoor niet bevoegd is of tenminste zonder schriftelijke beslissing van de directeur.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klacht betreft de beslissing tot plaatsing in de beveiligde cel in de gevangenis van Beveren.
Volgens het verweer van de directie gebeurde de plaatsing op de beveiligde cel in opdracht van de arts, voor de veiligheid van klager. Het betrof geen beslissing van de directeur, en zou daardoor niet vatbaar zijn voor beklag.
Uit het dossier blijkt echter dat de arts de beslissing nam in overleg met de directie. De arts bevestigde de beslissing via e-mail op 19 augustus:
“Hierbij bevestiging van beslissing om [klager] in prikkelarme cel te plaatsen voor [zijn] eigen veiligheid, en met [cameratoezicht], in overleg met directie!”
De klachtencommissie wijst erop dat een plaatsing op een beveiligde cel enkel aan de directeur toekomt. Deze plaatsing kan enkel gebeuren op een tijdelijke en gemotiveerde wijze, met name via het opleggen van hetzij een voorlopige maatregel (artikel 145 §1 Basiswet), hetzij een bijzondere veiligheidsmaatregel (artikel 110 e.v. Basiswet). Deze maatregelen worden in de Basiswet omkaderd met een aantal wettelijke waarborgen.
De Basiswet voorziet géén mogelijkheid tot plaatsing op de beveiligde cel door een arts. Deze praktijk is onwettig. In de hypothese dat de directie dus geen beslissing heeft genomen omtrent de plaatsing en dit louter een beslissing van de arts betrof (zoals zij in haar verweer schrijft), is de plaatsing van de klager in de veiligheidscel, onwettig.
In de hypothese dat de arts in overleg met de directie de beslissing nam en er dus wel een beslissing van de directie voorhanden is (zoals de e-mail doet uitschijnen), is de plaatsing van klager in de veiligheidscel alsnog onwettig.
De klachtencommissie begrijpt uit het dossier dat het niet de bedoeling was om klager in de beveiligde cel te plaatsen bij wijze van voorlopige maatregel (in afwachting van een tuchtprocedure ), maar wel bij wijze van bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het dossier blijkt namelijk dat deze werd genomen voor klagers eigen veiligheid, zonder dat deze een bestraffend karakter heeft. De Basiswet bepaalt dat, in het geval van een bijzondere veiligheidsmaatregel, de gedetineerde schriftelijk in kennis wordt gesteld van de beslissing alsmede van de motieven die aan deze beslissing ten grondslag liggen.
In het voorliggend dossier was er echter geen sprake van een bijzondere veiligheidsmaatregel die ten grondslag lag aan de beslissing tot plaatsing op de beveiligde cel. De beslissing tot plaatsing op de beveiligde cel werd genomen zonder wettelijke grondslag, door iemand die hiervoor niet bevoegd is of tenminste zonder schriftelijke beslissing van de directeur.
Om deze reden is de klacht gegrond.