KC04/24-0259
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ONTSLAG - REGIMEMUTATIE
Klagers klacht is tweevoudig:
- Klager beklaagt zich over het feit dat hij zijn werk kwijt is naar aanleiding van zijn VPV-regime
- Hij beklaagt zich over een regimeverandering
1. De afzetting van werk
De klachtencommissie meent dat uit het verweer van de directie blijkt dat klagers situatie overeenstemt met situatie 2 uit de Dienstnota “Arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel”: klager is niet geschikt voor de arbeidspost, aangezien hij de helft van de tijd afwezig is door het VPV-regime dat hij geniet.
2. De regimeverandering
De klachtencommissie meent dat het opstellen van (nieuwe) richtlijnen over het open regime noodzakelijkerwijze een beslissing van de directie veronderstelt. Zij is immers degene die deze richtlijnen opstelt. Deze nieuwe richtlijnen hebben bovendien een impact op de individuele situatie van klager. De klacht is aldus ontvankelijk.
Verblijven op het open regime is geen recht, maar een gunst, aangezien het gesloten regime de regel is.
Dit neemt niet weg dat de gevangenisdirectie, zoals elke administratieve overheid, gebonden is door het vertrouwensbeginsel. Dit beginsel kan worden ingeroepen wanneer de overheid een beslissing neemt die zonder duidelijk motief afwijkt van een constante gedragslijn, waarop de bestuurde – hier de gedetineerde – rechtmatig kon vertrouwen. Het vertrouwensbeginsel staat natuurlijk niet in de weg aan de mogelijkheid om het beleid te wijzen. Het beleid mag gewoonweg “niet onverhoeds” worden gewijzigd.
In dit geval, was klager het weekend vóór de regimeverandering op PV. Hij werd daarom mondeling op de hoogte gebracht van de regimeverandering. De klachtencommissie kan begrip opbrengen voor deze omstandigheden; klager was namelijk niet in de gevangenis aanwezig, waardoor ze hem niet schriftelijk konden inlichten over de naderende regimemutatie tijdens het weekend dat vooraf ging aan de regimemutatie. In zo’n geval, meent de klachtencommissie dat de directie redelijk heeft gehandeld en de regimemutatie niet “onverhoeds” gebeurde. Om deze reden, is de klacht ongegrond.
Klagers klacht is tweevoudig:
- Klager beklaagt zich over het feit dat hij zijn werk kwijt is naar aanleiding van zijn VPV-regime
- Hij beklaagt zich over een regimeverandering
1. De afzetting van werk
De klachtencommissie meent dat uit het verweer van de directie blijkt dat klagers situatie overeenstemt met situatie 2 uit de Dienstnota “Arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel”: klager is niet geschikt voor de arbeidspost, aangezien hij de helft van de tijd afwezig is door het VPV-regime dat hij geniet.
2. De regimeverandering
De klachtencommissie meent dat het opstellen van (nieuwe) richtlijnen over het open regime noodzakelijkerwijze een beslissing van de directie veronderstelt. Zij is immers degene die deze richtlijnen opstelt. Deze nieuwe richtlijnen hebben bovendien een impact op de individuele situatie van klager. De klacht is aldus ontvankelijk.
Verblijven op het open regime is geen recht, maar een gunst, aangezien het gesloten regime de regel is.
Dit neemt niet weg dat de gevangenisdirectie, zoals elke administratieve overheid, gebonden is door het vertrouwensbeginsel. Dit beginsel kan worden ingeroepen wanneer de overheid een beslissing neemt die zonder duidelijk motief afwijkt van een constante gedragslijn, waarop de bestuurde – hier de gedetineerde – rechtmatig kon vertrouwen. Het vertrouwensbeginsel staat natuurlijk niet in de weg aan de mogelijkheid om het beleid te wijzen. Het beleid mag gewoonweg “niet onverhoeds” worden gewijzigd.
In dit geval, was klager het weekend vóór de regimeverandering op PV. Hij werd daarom mondeling op de hoogte gebracht van de regimeverandering. De klachtencommissie kan begrip opbrengen voor deze omstandigheden; klager was namelijk niet in de gevangenis aanwezig, waardoor ze hem niet schriftelijk konden inlichten over de naderende regimemutatie tijdens het weekend dat vooraf ging aan de regimemutatie. In zo’n geval, meent de klachtencommissie dat de directie redelijk heeft gehandeld en de regimemutatie niet “onverhoeds” gebeurde. Om deze reden, is de klacht ongegrond.