KC04/24-0274
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - REGIMEMUTATIE - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - WANDELING - KLEDIJ - KANTINE - CELCONTROLE
De klacht is gericht tegen:
- wijzigingen aan het open regime (eerste klacht);
- discriminatie tussen de verschillende vleugels (tweede klacht);
- het meebrengen van drank op wandeling (derde klacht);
- kledijvoorschriften (vierde klacht);
- de staat van de verblijfsruimten (vijfde klacht);
- de kantineprijzen (zesde klacht);
- celcontroles (zevende klacht);
Wat betreft de wijzigingen aan het open regime (eerste klacht):
Klager verblijft, zo volgt uit zijn klacht, op het open regime in de gevangenis van Beveren. Hij schrijft dat hij niet akkoord gaat met de wijzigingen die de directie heeft ingevoerd wat betreft de organisatie hiervan. Hij zet uiteen dat (en om welke redenen) de wijzigingen voor hem nadelig zijn, en beklaagt zich over het feit dat hij hier niet tijdig van op de hoogte werd gebracht. n dit geval, werd klager – net als de overige gedetineerden van de desbetreffende vleugels – drie dagen voor de wijzigingen aan het open regime en de bijhorende celmutatie op de hoogte gebracht via een schrijven van de directie. De klachtencommissie meent dat de directie hierbij redelijk heeft gehandeld en het beleid niet onverhoeds heeft gewijzigd. De klachtencommissie stelt evenmin een schending van de wettelijke bepalingen rond de samenlevingsvoorwaarden zoals hoger uiteengezet, of van de bepalingen opgenomen in het huishoudelijk reglement vast. Om deze reden, is de klacht ongegrond.
Wat betreft de discriminatie tussen de verschillende vleugels (tweede klacht):
Klager schrijft in zijn klacht dat er ongelijkheden zijn tussen de modaliteiten op de verschillende vleugels. Dit betreft in feite een klacht over de infrastructuur in de gevangenis van Beveren. Dit valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klachtencommissie kan in het schrijven van klager ook geen klacht tegen een geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft het meebrengen van drank op wandeling (derde klacht):
Klager voert aan dat de gedetineerden slechts een flesje van een halve liter mogen meebrengen naar de wandeling die vier uur duurt. Dit kan worden opgevuld op de wandeling, maar dat water is
vervuild. Zowel uit de klacht als uit het verweer van de directie, blijkt dat klager de mogelijkheid heeft om zijn waterfles op wandeling bij te vullen. De directie weerlegt in haar verweer expliciet de beweringen van klager omtrent het vervuilde water. De klachtencommissie meent dat er geen sprake is van een individuele beslissing van de directeur waardoor klagers recht tot drinkbaar water is ontzegd. Er is evenmin sprake van een verzuim om hem drinkbaar water ter beschikking te stellen. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
Wat betreft de kledijvoorschriften (vierde klacht):
Klager beklaagt zich over het feit dat gedetineerden hun eigen vleugel niet mogen verlaten met een korte broek, terwijl niemand bij temperaturen boven de 30°C graag een lange broek draagt. Volgens
klager is hiervan niets terug te vinden in de Basiswet of het huishoudelijk reglement van de gevangenis. De klacht is gericht tegen een algemene richtlijn van de gevangenis van Beveren. Klager beklaagt
zich in zijn klacht louter over de richtlijn, zonder dat hij aantoont of en in welke mate hij hierdoor is geraakt in zijn individuele detentiesituatie. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
Wat betreft de staat van de verblijfsruimten (vijfde klacht):
Klager beklaagt zich over de staat van sommige cellen. De klacht betreft dus de infrastructuur in de gevangenis van Beveren. Dit valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De
klachtencommissie kan in het schrijven van klager ook geen klacht tegen een geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de kantineprijzen (zesde klacht):
Klager viseert algemeen de prijzen van de kantine. Klager stelt hierbij bijvoorbeeld niet dat bepaalde goederen die hij dikwijls bestelt, op significante wijze in prijs gestegen zijn. Klager stelt louter dat hij
niet akkoord gaat met de prijzen omdat deze veel hoger liggen dan in de buitenwereld. Klager toont hierbij niet afdoende aan of en in welke mate hij is geraakt in zijn individuele detentiesituatie.
De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de celcontroles (zevende klacht):
Klager beklaagt zich over de uitvoering van celcontroles in de gevangenis van Beveren, maar specifieert hierbij geen concrete situatie of datum. De klachtencommissie kan uit de klacht van klager
geen beslissing van de directeur ten aanzien van klager ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
De klacht is gericht tegen:
- wijzigingen aan het open regime (eerste klacht);
- discriminatie tussen de verschillende vleugels (tweede klacht);
- het meebrengen van drank op wandeling (derde klacht);
- kledijvoorschriften (vierde klacht);
- de staat van de verblijfsruimten (vijfde klacht);
- de kantineprijzen (zesde klacht);
- celcontroles (zevende klacht);
Wat betreft de wijzigingen aan het open regime (eerste klacht):
Klager verblijft, zo volgt uit zijn klacht, op het open regime in de gevangenis van Beveren. Hij schrijft dat hij niet akkoord gaat met de wijzigingen die de directie heeft ingevoerd wat betreft de organisatie hiervan. Hij zet uiteen dat (en om welke redenen) de wijzigingen voor hem nadelig zijn, en beklaagt zich over het feit dat hij hier niet tijdig van op de hoogte werd gebracht. n dit geval, werd klager – net als de overige gedetineerden van de desbetreffende vleugels – drie dagen voor de wijzigingen aan het open regime en de bijhorende celmutatie op de hoogte gebracht via een schrijven van de directie. De klachtencommissie meent dat de directie hierbij redelijk heeft gehandeld en het beleid niet onverhoeds heeft gewijzigd. De klachtencommissie stelt evenmin een schending van de wettelijke bepalingen rond de samenlevingsvoorwaarden zoals hoger uiteengezet, of van de bepalingen opgenomen in het huishoudelijk reglement vast. Om deze reden, is de klacht ongegrond.
Wat betreft de discriminatie tussen de verschillende vleugels (tweede klacht):
Klager schrijft in zijn klacht dat er ongelijkheden zijn tussen de modaliteiten op de verschillende vleugels. Dit betreft in feite een klacht over de infrastructuur in de gevangenis van Beveren. Dit valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klachtencommissie kan in het schrijven van klager ook geen klacht tegen een geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft het meebrengen van drank op wandeling (derde klacht):
Klager voert aan dat de gedetineerden slechts een flesje van een halve liter mogen meebrengen naar de wandeling die vier uur duurt. Dit kan worden opgevuld op de wandeling, maar dat water is
vervuild. Zowel uit de klacht als uit het verweer van de directie, blijkt dat klager de mogelijkheid heeft om zijn waterfles op wandeling bij te vullen. De directie weerlegt in haar verweer expliciet de beweringen van klager omtrent het vervuilde water. De klachtencommissie meent dat er geen sprake is van een individuele beslissing van de directeur waardoor klagers recht tot drinkbaar water is ontzegd. Er is evenmin sprake van een verzuim om hem drinkbaar water ter beschikking te stellen. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
Wat betreft de kledijvoorschriften (vierde klacht):
Klager beklaagt zich over het feit dat gedetineerden hun eigen vleugel niet mogen verlaten met een korte broek, terwijl niemand bij temperaturen boven de 30°C graag een lange broek draagt. Volgens
klager is hiervan niets terug te vinden in de Basiswet of het huishoudelijk reglement van de gevangenis. De klacht is gericht tegen een algemene richtlijn van de gevangenis van Beveren. Klager beklaagt
zich in zijn klacht louter over de richtlijn, zonder dat hij aantoont of en in welke mate hij hierdoor is geraakt in zijn individuele detentiesituatie. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
Wat betreft de staat van de verblijfsruimten (vijfde klacht):
Klager beklaagt zich over de staat van sommige cellen. De klacht betreft dus de infrastructuur in de gevangenis van Beveren. Dit valt niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. De
klachtencommissie kan in het schrijven van klager ook geen klacht tegen een geïndividualiseerde beslissing door of namens de directeur ten aanzien van hem ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de kantineprijzen (zesde klacht):
Klager viseert algemeen de prijzen van de kantine. Klager stelt hierbij bijvoorbeeld niet dat bepaalde goederen die hij dikwijls bestelt, op significante wijze in prijs gestegen zijn. Klager stelt louter dat hij
niet akkoord gaat met de prijzen omdat deze veel hoger liggen dan in de buitenwereld. Klager toont hierbij niet afdoende aan of en in welke mate hij is geraakt in zijn individuele detentiesituatie.
De klacht is niet-ontvankelijk.
Wat betreft de celcontroles (zevende klacht):
Klager beklaagt zich over de uitvoering van celcontroles in de gevangenis van Beveren, maar specifieert hierbij geen concrete situatie of datum. De klachtencommissie kan uit de klacht van klager
geen beslissing van de directeur ten aanzien van klager ontwaren. De klacht is niet-ontvankelijk.