Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0283

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

De klacht betreft de tuchtbeslissing van 7 september 2024 van de directie van de gevangenis van Beveren.

Klager schrijft dat hij het eens is met het feit dat hij wordt gesanctioneerd voor de drugs op zijn cel, maar niet voor de medicatie die hij zou hebben doorgegeven op de wandeling.

Klager heeft geen bezwaar geuit tegen de tuchtsanctie die hij ontving omwille van de gevonden verboden substanties in zijn verblijfsruimte. Hij betwist wel het gedeelte van de tuchtbeslissing omtrent de medicatie op de wandeling. Om deze reden, buigt de klachtencommissie zich uitsluitend over dit tweede aspect van de tuchtbeslissing.

Gelet op de vaststellingen uit het RAD, dat duidelijk werd opgesteld en geen twijfel vermeldt, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de betwiste feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.

De directie kwalificeerde deze feiten als ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ (een inbreuk van de eerste categorie). De directie motiveerde dit in haar beslissing door te stellen dat pillen beschouwd worden als verboden substanties, omdat ze op een illegale wijze verkocht zijn aan klager die hiervoor geen voorschrift heeft.

Uit het dossier blijkt dus dat de pillen op voorschrift te verkrijgen zijn. Dit impliceert dat er geen sprake is van een bij wet verboden substantie die verboden is in de vrije samenleving. Het bezitten van dergelijke pillen – medicatie – kan dus niet gekwalificeerd worden als ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. De feiten lenen zich wél voor de volgende kwalificatie: ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ (in casu meer specifiek de regels omtrent medicatie enerzijds (huishoudelijk reglement, pagina 10) en de regels omtrent verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden anderzijds (huishoudelijk reglement, pagina 11)). Dit betreft een inbreuk van de tweede categorie.

De feiten met betrekking tot het doorgeven van de pillen op wandeling, dienen dan ook geherkwalificeerd te worden als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’, een inbreuk van de tweede categorie.
Als gevolg van het herkwalificeren van een deel van de feiten waarvoor klager tuchtrechtelijk wordt gesanctioneerd, wordt klager tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een inbreuk van de eerste categorie en een inbreuk van de tweede categorie.
Klager kreeg dertig dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk, en gelet op alle elementen in het dossier, niet onbillijk of onredelijk.

Om deze redenen is de klacht gegrond.

De klachtencommissie herkwalificeert de feiten van de pillen op wandeling als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. Concreet betekent dit het volgende:

- de kwalificatie van de feiten met de pillen op wandeling als ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’

wordt vernietigd en vervangen door

- de kwalificatie van de feiten met de pillen op wandeling als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’.

Voor het overige blijft de tuchtbeslissing overeind.