Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0345

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - BEWIJS

Klager kreeg bij tuchtbeslissing een tuchtsanctie van 21 dagen ATV voor ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties’ (een inbreuk van de eerste categorie) en ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ (een inbreuk van de tweede categorie).

Gelet op de vaststellingen uit het RAD en het gegeven dat klager de feiten en zijn betrokkenheid niet ontkent, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten met betrekking tot de usb-stick bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie meent echter dat de feiten met betrekking tot de verboden substantie, niet aan klager kunnen worden toegerekend.

De klachtencommissie leest in het RAD dat er een “enorme kruidige geur” werd waargenomen bij de cel van klager en de twee andere celgenoten. Verder onderzoek op het lichaam heeft niets opgeleverd, maar in de cel werd wel een brokje bruine verdachte substantie aangetroffen (uit het RAD blijkt niet dat dit verstopt was, maar open op cel lag in de asbak). De aanwezige beambten verklaren dat zij klager “iets” hebben zien pakken van de tafel, dat klager zijn rug naar de beambten draaide en hij zijn rechterhand naar zijn mond bracht.

De klachtencommissie acht het niet ongeloofwaardig dat klager poogde om de usb-stick in te slikken (een niet een verboden substantie). Uit het RAD blijkt in ieder geval dat de beambten niet hebben gezien wat klager precies naar zijn mond bracht, temeer omdat hij met zijn rug naar de beambten stond. De directie kan dus niet zonder meer aannemen dat dit een verboden substantie betrof.
Voor het overige blijkt uit het dossier dat er een geur werd waargenomen vanuit de triocel, en dat er bij een celcontrole een verboden substantie werd aangetroffen. Uit het dossier blijkt niet dat er verder onderzoek werd gedaan naar de schuldige hiervan, zoals het horen van de andere celgenoten. De inbreuk aan klager toerekenen louter op basis van de beweging die hij maakte en zonder verder onderzoek te doen, schendt het vermoeden van onschuld alsook de zorgvuldigheids- en onderzoeksplicht van de directie.

De directie kwalificeerde de feiten met betrekking tot de usb-stick als ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ (een inbreuk van de tweede categorie). De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De directie kwalificeerde de feiten met betrekking tot de verboden substantie als ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties’ (een inbreuk van de eerste categorie). Aangezien de directie, gelet op het tuchtrechtelijk vermoeden van onschuld, deze feiten niet in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen, dient deze kwalificatie te worden vernietigd.

Gelet op de inbreuk van de tweede categorie die behouden blijft, herleidt de klachtencommissie de tuchtsanctie naar 14 dagen ATV.

Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie van 21 dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden substanties’ en een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’
wordt vervangen door
-een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’.