Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0082

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht betreft een tuchtbeslissing genomen door de directie van de gevangenis van Beveren. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een tuchtinbreuk van de eerste categorie.
Gelet op de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de directeur, is de klachtencommissie enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld.
De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Hoewel klager ten stelligste ontkent dat het bolletje met hasj van hem is, heeft de klachtencommissie kennis kunnen nemen van screenshots van de camerabeelden, waarop inderdaad duidelijk te zien is hoe er eerst niks op de grond ligt en vervolgens, wanneer klager voorbij wandelt, er een wit pakketje op de grond ligt. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV (16/04/2025-23/04/2025). Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het feit dat er nog heel wat marge is en de directie dus terecht rekening heeft gehouden met het gunstig tuchtregister van klager.
Om die redenen is de klacht kennelijk ongegrond.