Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0122

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - KWALIFICATIE FEITEN - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De klachtencommissie is van oordeel dat uit deze motivering voldoende blijkt dat er sprake was van een gevaar voor de orde en de veiligheid. De klachtencommissie meent dat de directie afdoende motiveert waarom het aangewezen was om klager de voorlopige maatregel van uitsluiting van deelname aan gemeenschappelijke activiteiten op te leggen. De klachtencommissie acht de voorlopige maatregel wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in twee RAD’s van 22 juni 2025. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van de RAD’s. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie deze feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten (waarneming van cannabisgeur en het meenemen van apart verpakte pilletjes) als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). Gelet op de vaststellingen inzake het doorgeven via een handdruk en de wijze waarop de pilletjes verpakt werden en weggestoken werden in klager zijn onderbroek, besloot de directie dat er sprake was van distributie. Volgens de klachtencommissie ging de directie bij het trekken van deze conclusie de grenzen van de redelijkheid niet te buiten. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten correct. De directie motiveert afdoende waarom ze meent dat de pilletjes niet voor eigen gebruik waren. De directie kwalificeerde de feiten (meenemen van pilletjes naar de wandeling) als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). De directie motiveert deze kwalificatie als volgt: “Bovendien wordt er in het huishoudelijk reglement verwezen naar de informatiebrochure waar duidelijk staat dat men enkel een flesje van 0,5l en tabakswaren mag meenemen naar de wandeling." De klachtencommissie wijst erop dat de bepaling waar de directie naar verwijst niet als zodanig in het huishoudelijk reglement terug te vinden valt, maar enkel in de informatiebrochure. De klachtencommissie is van oordeel dat de bewoordingen van de tuchtinbreuk van artikel 130, 2° van de Basiswet, namelijk “het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” strikt geïnterpreteerd dienen te worden en dat deze tuchtinbreuk enkel aan de gedetineerde ten laste kan worden gelegd als de overtreden bepaling een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie oordeelt als volgt. Aangezien het huishoudelijk reglement strikt regelt welke voorwerpen de gedetineerde in zijn bezit mag hebben, en dit (enkel) in zijn verblijfsruimte, is het inderdaad (impliciet) uitgesloten om deze voorwerpen mee te nemen naar de wandeling. De klachtencommissie acht de onnauwkeurige verwijzing naar de informatiebrochure in de motivering van de tuchtbeslissing niet van die aard dat ze dient te leiden tot de nietigheid van de tuchtbeslissing, nu de feiten waarvoor klager gesanctioneerd niets te maken hadden met het meenemen van een flesje. Voor het overige is het inderdaad zo dat op basis van het huishoudelijk reglement enkel tabak mag meegenomen worden naar de wandeling, en dus geen medicatie, zelfs niet als die voorgeschreven is. De feiten die klager pleegde maakten dan ook een inbreuk op het huishoudelijk reglement uit. De klachtencommissie acht de kwalificatie dan ook correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde één inbreuk van de eerste categorie en één inbreuk van de tweede categorie. Hij kreeg hiervoor 10 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.