KC04/25-0126
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - UITVOERING
Met betrekking tot de beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager iets aannam via het doorgeefluik en zijn hand in zijn broek richting balzak steekt wanneer de beambte hem hierop aanspreekt. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt tevens gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van een verboden substantie te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Met betrekking tot de uitvoering van de fouillering op het lichaam. Klager voert aan dat hij geen handdoek aangereikt kreeg en dat de deur van het lokaal nodeloos lang opengelaten werd. Volgens de procedure zoals vastgelegd in bijlage 3 van CB nr. 141 wordt er een handdoek overhandigd aan de gedetineerde. Het verstrekken van een handdoek kadert in de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde zoals opgelegd door artikel 108 §3 Basiswet. Door het verstrekken van een handdoek kan vermeden worden dat klager zijn lichaam gedurende de hele procedure volledig moet ontbloten. De directie erkent in haar verweer ook het belang van het verstrekken van een handdoek. Bevraging bij het personeel leerde haar dat er weliswaar een handdoek klaar hing aan de deur van het fouillelokaal, waardoor deze beschikbaar en bereikbaar was voor klager, doch dat deze niet expliciet aan hem overhandigd werd. Ook werd vastgesteld dat de deur niet op elk moment gesloten was. De klachtencommissie stelt vast dat klager intussen al verontschuldigingen kreeg. Ze dient evenwel te besluiten dat de procedure ten aanzien van klager niet correct gevolgd werd. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent geen tegemoetkoming toe aangezien de directie reeds gevolg gaf aan de vraag van klager tot het ontvangen van verontschuldigingen.
Met betrekking tot de beslissing tot fouillering op het lichaam. De directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager iets aannam via het doorgeefluik en zijn hand in zijn broek richting balzak steekt wanneer de beambte hem hierop aanspreekt. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt tevens gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van een verboden substantie te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. De klacht is ongegrond.
Met betrekking tot de uitvoering van de fouillering op het lichaam. Klager voert aan dat hij geen handdoek aangereikt kreeg en dat de deur van het lokaal nodeloos lang opengelaten werd. Volgens de procedure zoals vastgelegd in bijlage 3 van CB nr. 141 wordt er een handdoek overhandigd aan de gedetineerde. Het verstrekken van een handdoek kadert in de eerbiediging van de waardigheid van de gedetineerde zoals opgelegd door artikel 108 §3 Basiswet. Door het verstrekken van een handdoek kan vermeden worden dat klager zijn lichaam gedurende de hele procedure volledig moet ontbloten. De directie erkent in haar verweer ook het belang van het verstrekken van een handdoek. Bevraging bij het personeel leerde haar dat er weliswaar een handdoek klaar hing aan de deur van het fouillelokaal, waardoor deze beschikbaar en bereikbaar was voor klager, doch dat deze niet expliciet aan hem overhandigd werd. Ook werd vastgesteld dat de deur niet op elk moment gesloten was. De klachtencommissie stelt vast dat klager intussen al verontschuldigingen kreeg. Ze dient evenwel te besluiten dat de procedure ten aanzien van klager niet correct gevolgd werd. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent geen tegemoetkoming toe aangezien de directie reeds gevolg gaf aan de vraag van klager tot het ontvangen van verontschuldigingen.