KC04/25-0127
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Ordemaatregel
TUCHT - ARBEID - ONTSLAG - REGIMEMUTATIE
De klacht betreft een tuchtbeslissing, een afzetting van werk en een mutatie naar de gesloten afdeling van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
Klager ontkent het gebruik van verboden substanties. Hij voert aan dat geen verboden substanties werden gevonden en de geur niet kan volstaan om een tuchtbeslissing op te steunen. Het RAD is zeer duidelijk over de vaststellingen dat een geur van verboden substanties merkbaar was. Drie personeelsleden namen de geur waar. Tijdens de celcontrole hebben de beambten in de cel van klager een bolletje wc-papier gevonden op het bureau dat naar cannabis rook. Klager brengt geen overtuigende argumenten aan die gerede twijfel doen ontstaan over deze vaststellingen van de beambten, zoals genoteerd in het RAD, en over de ervaring van de beambten in zulk dossiers.
Gelet op bovenstaande meent de klachtencommissie dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren. De geurwaarneming werd volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de regimemutatie: op de zitting van de klachtencommissie van 22/09/2025 heeft klager aangegeven dat hij afstand van deze klacht wenste te doen. Ingevolge artikel 153, §3 van de Basiswet maakt klachtafstand een einde aan de beklagprocedure.
Over de afzetting van werk: de klachtencommissie heeft geen beslissing (afzetting van werk) van de directie ontvangen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.
De klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar beslissing heeft gesteund. De directie ondersteunt haar argument verder niet. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is bijgevolg gegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing, een afzetting van werk en een mutatie naar de gesloten afdeling van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 5 dagen ATV, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de inbreuk van de eerste categorie “het bezit of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
Klager ontkent het gebruik van verboden substanties. Hij voert aan dat geen verboden substanties werden gevonden en de geur niet kan volstaan om een tuchtbeslissing op te steunen. Het RAD is zeer duidelijk over de vaststellingen dat een geur van verboden substanties merkbaar was. Drie personeelsleden namen de geur waar. Tijdens de celcontrole hebben de beambten in de cel van klager een bolletje wc-papier gevonden op het bureau dat naar cannabis rook. Klager brengt geen overtuigende argumenten aan die gerede twijfel doen ontstaan over deze vaststellingen van de beambten, zoals genoteerd in het RAD, en over de ervaring van de beambten in zulk dossiers.
Gelet op bovenstaande meent de klachtencommissie dat de directie de feiten redelijkerwijze als bewezen kon verklaren. De geurwaarneming werd volgens de klachtencommissie voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie acht de tuchtinbreuk dan ook bewezen en meent dat de directie deze aan klager kon toerekenen.
Klager kon voor deze tuchtinbreuken maximaal 30 dagen ATV opleggen. Klager kreeg 5 dagen ATV wat niet overkomt als een onredelijke tuchtsanctie die in verhouding staat tot de gepleegde inbreuken. De klachtencommissie stelt vast dat de directie met de omvang van de feiten rekening heeft gehouden. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de regimemutatie: op de zitting van de klachtencommissie van 22/09/2025 heeft klager aangegeven dat hij afstand van deze klacht wenste te doen. Ingevolge artikel 153, §3 van de Basiswet maakt klachtafstand een einde aan de beklagprocedure.
Over de afzetting van werk: de klachtencommissie heeft geen beslissing (afzetting van werk) van de directie ontvangen. De klachtencommissie besluit, in navolging van de rechtspraak van de Raad van State, dat de afwezigheid van een administratief dossier wordt gelijkgesteld met de afwezigheid van deugdelijke motieven waarop de bestreden beslissing is gesteund.
De klachtencommissie heeft geen zicht op welke precieze motieven de directie haar beslissing heeft gesteund. De directie ondersteunt haar argument verder niet. Bij gebreke aan dossier kan de klachtencommissie immers geen daadwerkelijke controle op de wettigheid, redelijkheid en billijkheid van de aangevochten beslissing uitoefenen. De klacht is bijgevolg gegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/25-0293 opgestart