Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0131

Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - SCHADE - CELCONTROLE - MEDISCH

De klachten betreffen een schadevergoeding voor het afbetalen van een tv-toestel van 23/07/2025, celcontroles van 06, 09 en 10/08/2025, het rapport aan de directeur (hierna: RAD) van 06/08/2025, het feitelijk handelen van een beambte en medische aangelegenheden in de gevangenis van Beveren.

Over de schadevergoeding: klager beklaagt zich over de terugbetaling van de schade aan de televisie. In het dossier is een melding schade van 14/07/2025 en een beslissing tot betaling schadevergoeding van 23/07/2025 voorhanden. Klager verklaart echter dat hij gemeld heeft dat de tv stuk was en een kabel diende veranderd te worden.

Gelet op het feit dat de celstaat van 03/07/2025 van de cel 103 niet met zekerheid ondertekend werd door klager en de klachtencommissie niet beschikt over een celstaat/observatienota/RAD waaruit de opzettelijke schade zou blijken, kan de klachtencommissie niet vaststellen dat de materiële schade aan de tv door de fout van klager werd veroorzaakt. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de directie, voor het bewezen verklaren zijn van de fout in hoofde van klager, minstens een observatienota, RAD, … had moeten voorleggen. De klacht is bijgevolg gegrond.

Over de celcontroles: klager meent dat er zonder enige reden of vermoeden celcontroles hebben plaatsgevonden.

De klachtencommissie wijst erop dat in de Basiswet wordt bepaald dat een celcontrole geregeld kan plaatsvinden om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels. Een meer specifieke reden voor een celcontrole kan bestaan, maar dit hoeft niet het geval te zijn. Het is evenmin aannemelijk gemaakt dat de celcontroles niet at random hebben plaatsgevonden op basis van de door de directie gegeven richtlijnen en instructies, maar bijvoorbeeld op basis van een specifieke beslissing van de directeur. De klachten zijn om deze redenen niet gegrond.

Over het rapport aan de directeur: uit het dossier blijkt dat de directie geen vraag van klager in verband met het RAD in kwestie heeft ontvangen. Bijgevolg kan er ook geen sprake zijn van een verzuim van de directie om hierover een beslissing te nemen. De klacht is niet-ontvankelijk.

Over het feitelijk handelen van de beambte: de klacht gaat over beweerdelijk feitelijk handelen van een personeelslid dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur. Uit de klacht blijkt niet dat klager de directie hierover heeft aangesproken en dat zij heeft nagelaten om dit voorval te onderzoeken, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.

Over de medische aangelegenheden: de klachtencommissie is in principe niet bevoegd voor klachten van medische aard, aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn. De directie is ook niet verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen/de kinesist/de tandarts staat/staan immers niet onder het gezag van de directie. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.