Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0139

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam van 8 augustus 2025. De directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager niet meewerkte met de fouille aan de kledij en verderliep. Wanneer hij wordt nagelopen door de beambte en deze vraagt om zijn zakken leeg te maken blijkt dat hij twee briefjes van 50 EUR op zak had. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt tevens gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van een verboden substantie te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. Klager haalde terloops aan dat de fouillering op het lichaam ‘verkeerd werd uitgevoerd’, doch lichtte dit op geen enkele wijze verder toe. De klachtencommissie kan op basis hiervan dan ook niets concluderen over de uitvoering van de fouillering op het lichaam. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam van 9 augustus 2025. De directie haalde als individuele aanwijzing aan dat klager verdachte handelingen uitvoerde ter hoogte van zijn geslachtsdelen, waardoor er een vermoeden was dat hij hier verboden substanties of voorwerpen verborgen had. De klachtencommissie acht de individuele aanwijzing voldoende geconcretiseerd. In de bestreden beslissing wordt tevens gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om het bezit van een verboden substantie te achterhalen. De klachtencommissie besluit dat de motivering van de beslissing voldoet aan de vereisten van artikel 108 j° artikel 8 Basiswet. Klager haalde terloops aan dat de fouillering op het lichaam ‘verkeerd werd uitgevoerd’, doch lichtte dit op geen enkele wijze verder toe. De klachtencommissie kan op basis hiervan dan ook niets concluderen over de uitvoering van de fouillering op het lichaam. De klacht is ongegrond.

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing van 11 augustus 2025. De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in de RAD’s. In het RAD van 8 augustus 2025 wordt beschreven hoe tijdens een fouille aan de kledij van klager bij terugkeer van de eredienst iets opgemerkt wordt in zijn broekzak. Toen klager werd gevraagd om zijn broekzakken te ledigen overhandigde hij twee briefjes van 50 EUR en zijn badge. In het RAD van 9 augustus 2025 wordt beschreven hoe tijdens een controle van de verblijfsruimte een gemanipuleerde usb-stick wordt aangetroffen in een tussenwand van een DVD-box van de bib. Ook werd er een DVD-speler aangetroffen waarvan de zegel achteraan ontbrak en de zegel aan de voorkant loshing. Controle van de code wees uit dat het de zegel van een baardtrimmer van een medegedetineerde was. Ook werd er een jeton aangetroffen in klager zijn bovenste kast. Ter tuchtzitting stelt klager niets te weten van de usb-stick in de DVD. Klager erkent dat hij de wasjeton van Gent heeft gekregen. Klager licht ook toe dat hij de zegel op de DVD-speler 6 maanden geleden zelf geïnstalleerd heeft toen zijn toenmalige celgenoten een usb bezaten en gebruik maakten van zijn DVD-speler. Het cash geld kreeg klager voor de verkoop van zijn jas. Klager ontkent enkel iets te maken te hebben met de usb-stick. De directie motiveerde waarom ze deze feiten toch aan klager toerekent. Ze verwijst met name naar de combinatie tussen het aantreffen van een usb-stick en de verbroken verzegeling op klager zijn DVD-speler (de usb-poort). De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en lichtte daarbij uitvoerig toe welke regels van het huishoudelijk reglement door klager geschonden werden. De klachtencommissie acht de kwalificatie van de feiten correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de tweede categorie en kreeg hiervoor 15 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk. Aangezien klager verschillende inbreuken op het huishoudelijk reglement pleegde acht de klachtencommissie het ook redelijk dat de directie de maximumsanctie oplegde. De klacht is ongegrond.