KC04/25-0145
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Overplaatsing
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - OVERPLAATSING - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - FOUILLE LICHAAM
Over de leden van de PSD: dit betreft geen beslissing die werd genomen door of namens de directie. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Over de leden van de directie: een klacht die handelt over een specifiek lid van de directie betreft geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de medische dienst en de bronisolatie: de klachtencommissie is niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de gevraagde overplaatsing: een klacht die handelt over een bezwaar of beroep inzake een overplaatsing betreft geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Over het blokkeren van een telefoonnummer: de klachtencommissie stelt vast dat de beslissing tot het blokkeren van het telefoonnummer van de partner van klager schriftelijk genomen werd door de directie en als volgt gemotiveerd werd: “Deze beslissing werd genomen op schriftelijk verzoek van [naam partner] en na de expliciete vraag om haar niet meer te contacteren”. Klager werd tijdens zijn medische isolatie hiervan in kennis gesteld. De klachtencommissie wijst op het feit dat uit de dossierstukken en uit het RAD blijkt dat klager geïnformeerd werd over het feit dat de directie en de PSD aan zijn partner zowel telefonisch als per mail hebben gemeld dat zij steeds de blokkering ongedaan kan maken door de gevangenis te contacteren.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot blokkeren van het telefoonnummer, gelet op het schriftelijk verzoek van de partner zelf, wettig was. Deze beslissing is ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de voorlopige maatregel: gelet op de feiten en op het gegeven dat klager in eerste instantie hier zelf naar gevraagd heeft, was de plaatsing van klager in de beveiligde cel niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klachtencommissie stelt vast dat de duur van de voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van de tuchtsanctie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie besluit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de verschillende feiten de tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager in verband met drugs, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen. De klachtencommissie stelt vast dat overeenkomstig artikel 145, § 3 van de Basiswet de in afwachting van de tuchtprocedure genomen voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van deze tuchtsanctie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam en uit de rapporten aan de directeur van diezelfde datum duidelijk blijkt dat klager gelet op zijn bedreigingen over automutilatie, over het opdrinken van wc-product en over de hongerstaking in het bezit kon zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat deze beslissing om klager te fouilleren alvorens hem in een veiligheidscel te plaatsen ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de situatie en de geuite bedreigingen. De klacht is om deze reden niet gegrond.
Over de leden van de PSD: dit betreft geen beslissing die werd genomen door of namens de directie. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Over de leden van de directie: een klacht die handelt over een specifiek lid van de directie betreft geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager. De klacht is kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de medische dienst en de bronisolatie: de klachtencommissie is niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Over de gevraagde overplaatsing: een klacht die handelt over een bezwaar of beroep inzake een overplaatsing betreft geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Over het blokkeren van een telefoonnummer: de klachtencommissie stelt vast dat de beslissing tot het blokkeren van het telefoonnummer van de partner van klager schriftelijk genomen werd door de directie en als volgt gemotiveerd werd: “Deze beslissing werd genomen op schriftelijk verzoek van [naam partner] en na de expliciete vraag om haar niet meer te contacteren”. Klager werd tijdens zijn medische isolatie hiervan in kennis gesteld. De klachtencommissie wijst op het feit dat uit de dossierstukken en uit het RAD blijkt dat klager geïnformeerd werd over het feit dat de directie en de PSD aan zijn partner zowel telefonisch als per mail hebben gemeld dat zij steeds de blokkering ongedaan kan maken door de gevangenis te contacteren.
De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot blokkeren van het telefoonnummer, gelet op het schriftelijk verzoek van de partner zelf, wettig was. Deze beslissing is ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de voorlopige maatregel: gelet op de feiten en op het gegeven dat klager in eerste instantie hier zelf naar gevraagd heeft, was de plaatsing van klager in de beveiligde cel niet onredelijk of onbillijk. De beslissing tot voorlopige maatregel werd voldoende gemotiveerd. De voorlopige maatregel werd niet genomen met het oog op de onmiddellijke bestraffing. De klachtencommissie stelt vast dat de duur van de voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van de tuchtsanctie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de tuchtbeslissing: de klachtencommissie besluit dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de verschillende feiten de tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de feiten en gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager in verband met drugs, het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel en de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen. De klachtencommissie stelt vast dat overeenkomstig artikel 145, § 3 van de Basiswet de in afwachting van de tuchtprocedure genomen voorlopige maatregel in mindering werd gebracht van deze tuchtsanctie. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat uit de motivering van de fouillering op het lichaam en uit de rapporten aan de directeur van diezelfde datum duidelijk blijkt dat klager gelet op zijn bedreigingen over automutilatie, over het opdrinken van wc-product en over de hongerstaking in het bezit kon zijn van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen. De klachtencommissie is daarnaast van oordeel dat de directie voldoende specifiek heeft uitgelegd waarom een onderzoek aan de kledij niet kan volstaan om deze voorwerpen of substanties effectief te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat deze beslissing om klager te fouilleren alvorens hem in een veiligheidscel te plaatsen ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de situatie en de geuite bedreigingen. De klacht is om deze reden niet gegrond.