TUCHT
De klachten betreffen een tuchtbeslissing van 21/08/2025 en een tuchtbeslissing van 27/08/2025 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing van 21/08/2025: de directie heeft een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) de opzettelijke aantasting van de orde.
Wat betreft de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, stelt de klachtencommissie vast dat deze tuchtrechtelijke inbreuk zijn oorsprong vindt in de feiten die plaatsvonden op 20/08/2025 en waarover op diezelfde dag een RAD werd opgemaakt. De klachtencommissie meent dat het alleszins essentieel is dat de gedetineerde voorafgaandelijk aan de tuchtrechtelijke hoorzitting van 21/08/2025 kennis kreeg van de volledige tenlastelegging. In casu blijkt dit niet het geval te zijn geweest. Pas op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 21/08/2025 werd klager hiervan in kennis gesteld. De klachtencommissie is, gelet op de bovenstaande overwegingen, van oordeel dat de tuchtbeslissing wat betreft de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” vernietigd moet worden wegens de schending van de rechten van verdediging.
Wat betreft de opzettelijke aantasting van de orde meent de klachtencommissie dat het eerste RAD van 16/08/2025 duidelijk werd opgesteld en een beambte getuige was van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid deze tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.
Over de tuchtbeslissing van 27/08/2025: de directie heeft een tuchtsanctie van een verbod om 7 dagen geen gemeenschappelijke activiteiten, met uitzondering van de lessen, opgelegd voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de orde” en de inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen . De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 7 dagen geen gemeenschappelijke activiteiten, met uitzondering van de lessen heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.
De klachten betreffen een tuchtbeslissing van 21/08/2025 en een tuchtbeslissing van 27/08/2025 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing van 21/08/2025: de directie heeft een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en 2) de opzettelijke aantasting van de orde.
Wat betreft de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, stelt de klachtencommissie vast dat deze tuchtrechtelijke inbreuk zijn oorsprong vindt in de feiten die plaatsvonden op 20/08/2025 en waarover op diezelfde dag een RAD werd opgemaakt. De klachtencommissie meent dat het alleszins essentieel is dat de gedetineerde voorafgaandelijk aan de tuchtrechtelijke hoorzitting van 21/08/2025 kennis kreeg van de volledige tenlastelegging. In casu blijkt dit niet het geval te zijn geweest. Pas op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 21/08/2025 werd klager hiervan in kennis gesteld. De klachtencommissie is, gelet op de bovenstaande overwegingen, van oordeel dat de tuchtbeslissing wat betreft de tuchtinbreuk “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” vernietigd moet worden wegens de schending van de rechten van verdediging.
Wat betreft de opzettelijke aantasting van de orde meent de klachtencommissie dat het eerste RAD van 16/08/2025 duidelijk werd opgesteld en een beambte getuige was van de feiten. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid deze tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie 30 dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond.
Over de tuchtbeslissing van 27/08/2025: de directie heeft een tuchtsanctie van een verbod om 7 dagen geen gemeenschappelijke activiteiten, met uitzondering van de lessen, opgelegd voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de orde” en de inbreuk van de tweede categorie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuken werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen . De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 7 dagen geen gemeenschappelijke activiteiten, met uitzondering van de lessen heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.