Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0179

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - BEWIJS

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten, oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. De rapporten aan de directeur vormen daarbij een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD.

Wat betreft het gemanipuleerde voorwerp en het RAD hierover stelt de klachtencommissie vast dat klager hiervoor niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd.

Wat betreft het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel stelt de klachtencommissie vast dat het RAD duidelijk werd opgesteld. Het feit dat klager al gedurende langere tijd boeken zou meenemen naar atrium 1, maar hier nog nooit over aangesproken werd, doet geen afbreuk aan het feit dat klager de bevelen van het personeel dient op te volgen. Zoals ook blijkt uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting, kan klager immers de directie hierover nadien aanspreken via een rapportbriefje indien hij niet akkoord zou gaan of de regelgeving hierover wenst te kennen. De klachtencommissie besluit hieruit dat klager verschillende kansen heeft gehad om de instructies van het personeel op te volgen, hetgeen hij heeft nagelaten.

Wat betreft de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van de beambte, of de bedreiging hiermee, stelt de klachtencommissie vast dat klager niet ontkent dat hij een briefje aan de beambte heeft gegeven met een Latijnse spreuk. De klachtencommissie stelt vast dat de gebruikelijke vertaling hiervoor inderdaad “let op en wees op uw hoede” is. Het feit dat klager dit als een ludieke actie zou hebben bedoeld en een andere vertaling voor ogen had, doet volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan de bewezenverklaring van de tenlastelegging. De klachtencommissie is immers van oordeel dat klager gewoonweg geen briefjes met spreuken aan een beambte moet afgeven – met welke spreuk dan ook – en met de boodschap om dit boven het bed te hangen, en al zeker niet nadat een incident heeft plaatsgevonden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten de tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/25-0302 opgestart