KC04/25-0220
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - SANCTIE - PROPORTIONALITEIT - CELMUTATIE - ARBEID
Klager schrijft in zijn klacht dat zijn advocaat niet werd opgeroepen voor de tuchtzitting, dat hij onterecht is teruggestuurd naar het gesloten regime en dat hij zijn werk kwijt is. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Tijdens de zitting van de klachtencommissie heeft de medewerkster van van de advocaat van klager verklaard dat het kantoor de uitnodiging voor de tuchtrechtelijke hoorzitting goed had ontvangen maar dat niemand aanwezig kon zijn. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie bij aanvang van de zitting heeft verklaard dat zij geen bericht had ontvangen van de advocaat van klager waarop klager heeft geantwoord dat hij de zitting dan wel zonder advocaat zou doen. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat klager ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een advocaat.
In essentie komt het erop neer dat klager meent dat hij is uitgelokt door een andere gedetineerde omdat deze aanstootgevende beledigingen heeft geuit over klager en de moeder van klager waarop klager koffie heeft gesmeten naar de medegedetineerde. Aangezien zowel uit het RAD als uit de bekentenis van klager blijkt dat klager koffie heeft gegooid naar een medegedetineerde, besluit de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid en billijkheid de aantasting van de fysieke integriteit kon toerekenen aan klager. Deze feiten hadden ernstige, mogelijks blijvende, verwondingen kunnen veroorzaken bij de medegedetineerde. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zijn reactie werd uitgelokt door de uitspraken van de medegedetineerde. Bovendien blijkt ook uit de verklaringen van klager dat hij de intentie had om zijn verzuchtingen over de medegedetineerde rustig met hem te bespreken maar dat de medegedetineerde hier anders over dacht. Tot slot stelt de klachtencommissie vast dat klager zijn eigen aandeel niet minimaliseert en van meet af aan zijn verantwoordelijkheid heeft opgenomen. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat een sanctie van vijf dagen ATV redelijker en billijker was geweest. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan vijf dagen ATV werd bepaald.
Klager gaat ook niet akkoord met de celmutatie van een open regime naar een gesloten regime. Bij gebreke aan specifieke wettelijke bepalingen waaraan de beslissing tot overplaatsing naar een andere cel moet voldoen, kan de beslissing tot celmutatie mondeling worden genomen. De gedetineerde kan in dat geval vragen dat de redenen waarop die beslissing steunt, hem alsnog schriftelijk worden meegedeeld. Volgens de directie kon klager niet meer in het open regime verblijven omdat hij fysieke agressie had gebruikt door met de koffie te gooien. De klachtencommissie acht de opgegeven motivering gerechtvaardigd. Om deze reden is de klacht tegen de regimemutatie ongegrond.
Klager heeft tenslotte een klacht ingediend omdat hij zijn werk in de keuken is kwijtgeraakt door de tuchtbeslissing. De directie is van oordeel dat zij de plek van klager moest invullen omdat de keuken geen medewerker kan missen gedurende tien dagen. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat klager geen schriftelijke beslissing heeft ontvangen waarin werd gemotiveerd waarom hij werd ontslagen uit de keuken. Klager werd ook niet geïnformeerd over de afzetting van werk. Hij vermoedde dit al van zodra hij te horen had gekregen dat er een sanctie was opgelegd. Uit het verweer van de directie blijkt ook niet dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet meer geschikt achtte voor de job. Hij is louter ontslagen omdat hij gedurende zijn tien dagen ATV niet mocht deelnemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband, zoals zijn werk in de keuken. Gelet op deze omstandigheden is de klachtencommissie van oordeel dat het ontslag van klager zich voordoet als een tweede (verdoken) tuchtsanctie, boven op de tien dagen ATV, hetgeen in strijd is met artikel 143, §3 van de Basiswet waarin wordt gesteld dat sanctie van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte alleen kan worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Om deze redenen is de klacht tegen de afzetting van werk gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot de gegrondverklaring van de klacht aangezien tijdens de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager thans als fatik werkt en hij deze job liever doet dan in de keuken werken.
Klager schrijft in zijn klacht dat zijn advocaat niet werd opgeroepen voor de tuchtzitting, dat hij onterecht is teruggestuurd naar het gesloten regime en dat hij zijn werk kwijt is. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. Tijdens de zitting van de klachtencommissie heeft de medewerkster van van de advocaat van klager verklaard dat het kantoor de uitnodiging voor de tuchtrechtelijke hoorzitting goed had ontvangen maar dat niemand aanwezig kon zijn. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat de directie bij aanvang van de zitting heeft verklaard dat zij geen bericht had ontvangen van de advocaat van klager waarop klager heeft geantwoord dat hij de zitting dan wel zonder advocaat zou doen. De klachtencommissie besluit bijgevolg dat klager ondubbelzinnig afstand heeft gedaan van zijn recht op bijstand van een advocaat.
In essentie komt het erop neer dat klager meent dat hij is uitgelokt door een andere gedetineerde omdat deze aanstootgevende beledigingen heeft geuit over klager en de moeder van klager waarop klager koffie heeft gesmeten naar de medegedetineerde. Aangezien zowel uit het RAD als uit de bekentenis van klager blijkt dat klager koffie heeft gegooid naar een medegedetineerde, besluit de klachtencommissie dat de directie in redelijkheid en billijkheid de aantasting van de fysieke integriteit kon toerekenen aan klager. Deze feiten hadden ernstige, mogelijks blijvende, verwondingen kunnen veroorzaken bij de medegedetineerde. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van tien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat klager zijn reactie werd uitgelokt door de uitspraken van de medegedetineerde. Bovendien blijkt ook uit de verklaringen van klager dat hij de intentie had om zijn verzuchtingen over de medegedetineerde rustig met hem te bespreken maar dat de medegedetineerde hier anders over dacht. Tot slot stelt de klachtencommissie vast dat klager zijn eigen aandeel niet minimaliseert en van meet af aan zijn verantwoordelijkheid heeft opgenomen. Om deze redenen meent de klachtencommissie dat een sanctie van vijf dagen ATV redelijker en billijker was geweest. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in de mate waarin de tuchtsanctie op méér dan vijf dagen ATV werd bepaald.
Klager gaat ook niet akkoord met de celmutatie van een open regime naar een gesloten regime. Bij gebreke aan specifieke wettelijke bepalingen waaraan de beslissing tot overplaatsing naar een andere cel moet voldoen, kan de beslissing tot celmutatie mondeling worden genomen. De gedetineerde kan in dat geval vragen dat de redenen waarop die beslissing steunt, hem alsnog schriftelijk worden meegedeeld. Volgens de directie kon klager niet meer in het open regime verblijven omdat hij fysieke agressie had gebruikt door met de koffie te gooien. De klachtencommissie acht de opgegeven motivering gerechtvaardigd. Om deze reden is de klacht tegen de regimemutatie ongegrond.
Klager heeft tenslotte een klacht ingediend omdat hij zijn werk in de keuken is kwijtgeraakt door de tuchtbeslissing. De directie is van oordeel dat zij de plek van klager moest invullen omdat de keuken geen medewerker kan missen gedurende tien dagen. De klachtencommissie stelt in eerste instantie vast dat klager geen schriftelijke beslissing heeft ontvangen waarin werd gemotiveerd waarom hij werd ontslagen uit de keuken. Klager werd ook niet geïnformeerd over de afzetting van werk. Hij vermoedde dit al van zodra hij te horen had gekregen dat er een sanctie was opgelegd. Uit het verweer van de directie blijkt ook niet dat klager is ontslagen omdat de directie hem niet meer geschikt achtte voor de job. Hij is louter ontslagen omdat hij gedurende zijn tien dagen ATV niet mocht deelnemen aan activiteiten in gemeenschappelijk verband, zoals zijn werk in de keuken. Gelet op deze omstandigheden is de klachtencommissie van oordeel dat het ontslag van klager zich voordoet als een tweede (verdoken) tuchtsanctie, boven op de tien dagen ATV, hetgeen in strijd is met artikel 143, §3 van de Basiswet waarin wordt gesteld dat sanctie van de afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte alleen kan worden opgelegd met uitsluiting van de andere tuchtsancties. Om deze redenen is de klacht tegen de afzetting van werk gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot de gegrondverklaring van de klacht aangezien tijdens de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager thans als fatik werkt en hij deze job liever doet dan in de keuken werken.