KC04/25-0223
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
MEDISCH - EXTERNE RECHTSPOSITIE - RELIGIE
De klacht gaat over een aanvraag elektronisch toezicht, medische aangelegenheden, het openen van de post, het bellen van zijn raadsman in de veiligheidscel, het ontvangen van een gebedsmatje in de veiligheidscel en de brandveiligheid in de veiligheidscel in de gevangenis van Beveren.
Over de aanvraag elektronisch toezicht: de klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, dat wil zeggen over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling over strafuitvoeringsmodaliteiten heeft betrekking op de externe rechtspositie van veroordeelden. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Over de medische aangelegenheden: de klachtencommissie is in principe niet bevoegd voor klachten van medische aard, aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn. De directie is ook niet verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen/de kinesist/de tandarts staan immers niet onder het gezag van de directie. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
Over het openen van de post: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. Klager brengt ook niet de nodige stukken/bewijzen bij ter staving van zijn klacht. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over het bellen naar de raadsman: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over het gebedsmatje: de klachtencommissie dient te beoordelen of het niet toekennen van een gebedsmatje tijdens een vrijwillig verblijf in de veiligheidscel een legitiem doel nastreeft. De directie geeft aan dat de toegelaten voorwerpen in een veiligheidscel strikt zijn omschreven. Het is om veiligheidsredenen niet toegelaten om over een gebedsmatje te beschikken in een veiligheidscel. Bovendien benadrukt de directie dat klager zich vrijwillig in de veiligheidscel bevond. Hij kon de veiligheidscel op elk ogenblik verlaten en naar zijn cel terugkeren. De klachtencommissie kan begrijpen dat geen gebedsmatje voorzien kan worden in de veiligheidscel. Bovendien kon klager ook de veiligheidscel verlaten. De klachtencommissie meent bijgevolg ook dat de inperking proportioneel was aan het legitiem doel.
Het niet voorzien van een gebedsmatje in de veiligheidscel is dan ook een redelijke inperking op klager zijn recht op religie. Hij kon ook terugkeren naar zijn cel om te beschikken over zijn gebedsmatje. Het werd klager niet onmogelijk gemaakt om te bidden tijdens de bidmomenten. De godsdienstvrijheid van klager is dus geenszins geschonden. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de brandveiligheid: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over een aanvraag elektronisch toezicht, medische aangelegenheden, het openen van de post, het bellen van zijn raadsman in de veiligheidscel, het ontvangen van een gebedsmatje in de veiligheidscel en de brandveiligheid in de veiligheidscel in de gevangenis van Beveren.
Over de aanvraag elektronisch toezicht: de klachtencommissie is enkel bevoegd om klachten te beoordelen die gericht zijn tegen beslissingen die werden genomen op basis van de Basiswet en de daaruit voortvloeiende regelgeving, dat wil zeggen over de interne rechtspositie van gedetineerden. De regeling over strafuitvoeringsmodaliteiten heeft betrekking op de externe rechtspositie van veroordeelden. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is.
Over de medische aangelegenheden: de klachtencommissie is in principe niet bevoegd voor klachten van medische aard, aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn. De directie is ook niet verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen/de kinesist/de tandarts staan immers niet onder het gezag van de directie. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
Over het openen van de post: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. Klager brengt ook niet de nodige stukken/bewijzen bij ter staving van zijn klacht. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over het bellen naar de raadsman: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Over het gebedsmatje: de klachtencommissie dient te beoordelen of het niet toekennen van een gebedsmatje tijdens een vrijwillig verblijf in de veiligheidscel een legitiem doel nastreeft. De directie geeft aan dat de toegelaten voorwerpen in een veiligheidscel strikt zijn omschreven. Het is om veiligheidsredenen niet toegelaten om over een gebedsmatje te beschikken in een veiligheidscel. Bovendien benadrukt de directie dat klager zich vrijwillig in de veiligheidscel bevond. Hij kon de veiligheidscel op elk ogenblik verlaten en naar zijn cel terugkeren. De klachtencommissie kan begrijpen dat geen gebedsmatje voorzien kan worden in de veiligheidscel. Bovendien kon klager ook de veiligheidscel verlaten. De klachtencommissie meent bijgevolg ook dat de inperking proportioneel was aan het legitiem doel.
Het niet voorzien van een gebedsmatje in de veiligheidscel is dan ook een redelijke inperking op klager zijn recht op religie. Hij kon ook terugkeren naar zijn cel om te beschikken over zijn gebedsmatje. Het werd klager niet onmogelijk gemaakt om te bidden tijdens de bidmomenten. De godsdienstvrijheid van klager is dus geenszins geschonden. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de brandveiligheid: klager verwijst niet naar een beslissing door of namens de directie van een bepaalde datum. Het is aan klager om zo duidelijk mogelijk te vermelden waarover hij klacht indient en waarom. Uit de klacht van klager kan dit niet worden opgemaakt. De klacht is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0046 opgestart