TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS
Klager heeft een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing omdat er volgens hem geen verboden substantie aanwezig was.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft ontkend dat hij drugs had gebruikt. Hij had gewoon een beetje tabak verbrand in de huishoudfolie. Hij had dat verstopt in zijn cel omdat hij al een tijdje wou stoppen met roken.
Hoewel de klachtencommissie meent dat het effectiever is om gewoon te stoppen met tabak aan te kopen, acht de klachtencommissie het vreemd dat klager zijn tabak niet bewaarde in de originele verpakking maar in huishoudfolie. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat klager geen verklaring heeft gegeven voor zijn bloedrode ogen. De klachtencommissie acht de uitleg van klager bijgevolg ongeloofwaardig in vergelijking met de totaliteit van de belastende elementen zoals vermeld in het RAD. In het RAD is sprake van een drugsgeur, uiterlijke kenmerken van drugsgebruik, verpakkingsmateriaal voor drugs én restanten van drugs. Tot slot zijn deze vaststellingen gedaan door twee beambten die daarenboven een opleiding hebben genoten om drugs te herkennen. De klachtencommissie concludeert dat de directie in redelijkheid en billijkheid het bezit van drugs kon toerekenen aan klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie redelijk en billijk is gelet op de ernst van de inbreuk en het tuchtrechtelijk antecedent wegens drugs.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager heeft een klacht ingediend tegen de tuchtbeslissing omdat er volgens hem geen verboden substantie aanwezig was.
Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting blijkt dat klager tegenover de directie heeft ontkend dat hij drugs had gebruikt. Hij had gewoon een beetje tabak verbrand in de huishoudfolie. Hij had dat verstopt in zijn cel omdat hij al een tijdje wou stoppen met roken.
Hoewel de klachtencommissie meent dat het effectiever is om gewoon te stoppen met tabak aan te kopen, acht de klachtencommissie het vreemd dat klager zijn tabak niet bewaarde in de originele verpakking maar in huishoudfolie. Bovendien stelt de klachtencommissie vast dat klager geen verklaring heeft gegeven voor zijn bloedrode ogen. De klachtencommissie acht de uitleg van klager bijgevolg ongeloofwaardig in vergelijking met de totaliteit van de belastende elementen zoals vermeld in het RAD. In het RAD is sprake van een drugsgeur, uiterlijke kenmerken van drugsgebruik, verpakkingsmateriaal voor drugs én restanten van drugs. Tot slot zijn deze vaststellingen gedaan door twee beambten die daarenboven een opleiding hebben genoten om drugs te herkennen. De klachtencommissie concludeert dat de directie in redelijkheid en billijkheid het bezit van drugs kon toerekenen aan klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie redelijk en billijk is gelet op de ernst van de inbreuk en het tuchtrechtelijk antecedent wegens drugs.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.