KC04/26-0015
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
INTERNE RECHTSPOSITIE - CELMUTATIE - MEDISCH
De klacht gaat over de temperatuur in de cel van klager. Klager stelt dat de directie op de hoogte is van het gegeven dat het te koud was in zijn cel. De vrijheidsstraf wordt ten uitvoer gelegd in psychosociale,fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen (artikel 5, §1 Basiswet). De klacht van klager is dan ook gericht tegen het vermeend verzuim van de directie om iets te veranderen aan de materiële omstandigheden op zijn cel, meer specifiek de koude temperatuur. In haar verweer stelt de directie dat de temperatuur in klager zijn cel niet te koud was (steeds boven de afgesproken 21,5°C). De klachtencommissie kan dan ook niet besluiten tot een verzuim in hoofde van de directie om een beslissing te nemen inzake de temperatuur op klager zijn cel. Er is dan ook geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij op een monocel geplaatst werd. Noch uit de klacht noch uit de toelichting ter zitting van de klachtencommissie blijkt dat klager de medische attesten waarover hij zegt te beschikken (waaruit zou blijken dat hij noodzakelijk op een duocel moet zitten) op enig ogenblik heeft aangebracht ten overstaan van de directie van Beveren. Bovendien verhindert een medisch attest van de arts in Dendermonde volgens de klachtencommissie niet dat een arts in Beveren tot een andere conclusie zou komen, hetgeen blijkens het verweer van de directie ook gebeurd is. Dat de klachtencommissie van Dendermonde op 20 september 2025 besliste dat klager in Dendermonde op een duocel geplaatst moest worden naar aanleiding van een medisch attest van 24 februari 2025 (KC06/25-0194), maakt aldus niet dat de directie van Beveren nadien geen andere beslissing mocht nemen (op basis van een nieuw medisch attest of nieuwe conclusie door de arts van Beveren), hetgeen in het voorliggend dossier ook gebeurde. De klachtencommissie acht de beslissing van de directie om klager na aankomst in Beveren op een monocel te plaatsen niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over de temperatuur in de cel van klager. Klager stelt dat de directie op de hoogte is van het gegeven dat het te koud was in zijn cel. De vrijheidsstraf wordt ten uitvoer gelegd in psychosociale,fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen (artikel 5, §1 Basiswet). De klacht van klager is dan ook gericht tegen het vermeend verzuim van de directie om iets te veranderen aan de materiële omstandigheden op zijn cel, meer specifiek de koude temperatuur. In haar verweer stelt de directie dat de temperatuur in klager zijn cel niet te koud was (steeds boven de afgesproken 21,5°C). De klachtencommissie kan dan ook niet besluiten tot een verzuim in hoofde van de directie om een beslissing te nemen inzake de temperatuur op klager zijn cel. Er is dan ook geen sprake van een verzuim in de zin van artikel 148, tweede lid Basiswet. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij op een monocel geplaatst werd. Noch uit de klacht noch uit de toelichting ter zitting van de klachtencommissie blijkt dat klager de medische attesten waarover hij zegt te beschikken (waaruit zou blijken dat hij noodzakelijk op een duocel moet zitten) op enig ogenblik heeft aangebracht ten overstaan van de directie van Beveren. Bovendien verhindert een medisch attest van de arts in Dendermonde volgens de klachtencommissie niet dat een arts in Beveren tot een andere conclusie zou komen, hetgeen blijkens het verweer van de directie ook gebeurd is. Dat de klachtencommissie van Dendermonde op 20 september 2025 besliste dat klager in Dendermonde op een duocel geplaatst moest worden naar aanleiding van een medisch attest van 24 februari 2025 (KC06/25-0194), maakt aldus niet dat de directie van Beveren nadien geen andere beslissing mocht nemen (op basis van een nieuw medisch attest of nieuwe conclusie door de arts van Beveren), hetgeen in het voorliggend dossier ook gebeurde. De klachtencommissie acht de beslissing van de directie om klager na aankomst in Beveren op een monocel te plaatsen niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond.