TUCHT
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager noch in zijn klacht, noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat de twee rapporten geen correcte weergave zouden zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaat klager hoofdzakelijk in op de aanleiding van zijn gedrag, en geeft hij aan dat hij vindt dat te vroeg code oranje werd afgeroepen, maar ontkent nergens dat hij de bedreigingen heeft geuit. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten de drie tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. Door te dreigen dat hij de celdeur er ’s nachts ging uithalen, door te dreigen dat ze ‘spijt gingen krijgen’ en door de celdeur ondanks instructies van het personeel te blokkeren, heeft klager zich inderdaad schuldig gemaakt aan de bedreiging van de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans goederen, de orde opzettelijk aangetast en geen gevolg gegeven aan de bevelen van het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Hoewel de klachtencommissie begrip heeft voor het feit dat het samenleven op een driepersoonscel tot frustraties kan leiden en klager deze wil kunnen uiten en oplossingen wil kunnen zoeken, is de klachtencommissie van oordeel dat klager dit op een andere manier had kunnen doen. Het stellen van eisen ten aanzien van het personeel, het maken van dreigementen en het niet opvolgen van instructies van het personeel is geenszins een proportionele reactie.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het milde aantal dagen ATV.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing.
In eerste instantie meent de klachtencommissie dat de twee rapporten duidelijk werden opgesteld. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager noch in zijn klacht, noch tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat de twee rapporten geen correcte weergave zouden zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaat klager hoofdzakelijk in op de aanleiding van zijn gedrag, en geeft hij aan dat hij vindt dat te vroeg code oranje werd afgeroepen, maar ontkent nergens dat hij de bedreigingen heeft geuit. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie afdoende heeft gemotiveerd waarom de feiten de drie tuchtrechtelijke inbreuken uitmaakten. Door te dreigen dat hij de celdeur er ’s nachts ging uithalen, door te dreigen dat ze ‘spijt gingen krijgen’ en door de celdeur ondanks instructies van het personeel te blokkeren, heeft klager zich inderdaad schuldig gemaakt aan de bedreiging van de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans goederen, de orde opzettelijk aangetast en geen gevolg gegeven aan de bevelen van het personeel. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Hoewel de klachtencommissie begrip heeft voor het feit dat het samenleven op een driepersoonscel tot frustraties kan leiden en klager deze wil kunnen uiten en oplossingen wil kunnen zoeken, is de klachtencommissie van oordeel dat klager dit op een andere manier had kunnen doen. Het stellen van eisen ten aanzien van het personeel, het maken van dreigementen en het niet opvolgen van instructies van het personeel is geenszins een proportionele reactie.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van vier dagen ATV. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op het milde aantal dagen ATV.