KC04/26-0067
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VERMOEDEN VAN ONSCHULD
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de dossierstukken. Daaruit blijkt dat er een rapport aan de directeur (RAD) werd opgemaakt omdat er tijdens een celcontrole in de cel van klager die ochtend verschillende verdachte voorwerpen en substanties waren gevonden. Vervolgens heeft de directeur beslist om klager te plaatsen onder voorlopige maatregel. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. Klager diende verplicht te verblijven in zijn cel in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie is van oordeel dat de vondst van verdachte substanties een gevaar is voor de orde in de gevangenis. De orde is immers de toestand waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. Niet alleen zijn drugs verboden in de samenleving, het bezit en het gebruik ervan kan ook schadelijke neveneffecten met zich meebrengen die ontwrichtend zijn voor een gemeenschap. De klachtencommissie kan bijgevolg begrijpen dat de directie en het personeel op hun hoede waren naar aanleiding van de vondst in de cel van klager en dat zij bijgevolg een tuchtprocedure opstartten. De klachtencommissie (en de beroepscommissie) is daarentegen van oordeel dat de loutere vondst van verdachte substanties, zonder dat er sprake is dat klager zich gedroeg alsof hij onder invloed was of zich dreigend opstelde, geen ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakt. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD wordt vermeld dat er een concreet gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. Het gevaar wordt louter hypothetisch geformuleerd. De directie had een voorlopige maatregel kunnen nemen omdat zij vreesde voor de orde of de veiligheid. In dat geval had men klager bepaalde voorwerpen kunnen ontnemen, had men klager kunnen uitsluiten van bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten en had men klager zelfs kunnen observeren. Indien de situatie toch meer ingrijpende maatregelen vereiste, had men een nieuwe voorlopige maatregel kunnen nemen en kon men klager alsnog toewijzen aan zijn verblijfsruimte of onderbrengen in de beveiligde cel. Aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel niet opgelegd worden. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel niet conform de Basiswet werd opgelegd. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
De directie nam kennis van het RAD. Klager werd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gehoord door de directie waarna klager werd gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Enkele dagen later besliste de directie naar aanleiding van politionele informatie om de opgelegde sanctie te vernietigen. De politionele informatie lijkt van dien aard te zijn dat klager toch onschuldig was. Ondanks zijn onschuld, heeft klager toch tien dagen onder ATV verbleven. Om die reden is de klacht gegrond. De tuchtbeslissing is reeds vernietigd door de directie. Aangezien klager tijdens de onwettige voorlopige maatregel en de onterechte tuchtsanctie afgezonderd was in zijn verblijfsruimte, zijn de voorwaarden tot toekenning van een tegemoetkoming vervuld. De klachtencommissie kent derhalve aan klager de volgende tegemoetkoming toe: twee extra ongestoorde bezoeken die dienen te worden ingepland binnen de drie maanden vanaf de betekening van huidige beslissing én 60 belminuten.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de dossierstukken. Daaruit blijkt dat er een rapport aan de directeur (RAD) werd opgemaakt omdat er tijdens een celcontrole in de cel van klager die ochtend verschillende verdachte voorwerpen en substanties waren gevonden. Vervolgens heeft de directeur beslist om klager te plaatsen onder voorlopige maatregel. Uit de bestreden beslissing blijkt dat de directie van oordeel was dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. Klager diende verplicht te verblijven in zijn cel in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting. De klachtencommissie is van oordeel dat de vondst van verdachte substanties een gevaar is voor de orde in de gevangenis. De orde is immers de toestand waarin de gedragsregels worden nageleefd die noodzakelijk zijn voor het tot stand brengen of het handhaven van een menswaardig samenlevingsklimaat in de gevangenis. Niet alleen zijn drugs verboden in de samenleving, het bezit en het gebruik ervan kan ook schadelijke neveneffecten met zich meebrengen die ontwrichtend zijn voor een gemeenschap. De klachtencommissie kan bijgevolg begrijpen dat de directie en het personeel op hun hoede waren naar aanleiding van de vondst in de cel van klager en dat zij bijgevolg een tuchtprocedure opstartten. De klachtencommissie (en de beroepscommissie) is daarentegen van oordeel dat de loutere vondst van verdachte substanties, zonder dat er sprake is dat klager zich gedroeg alsof hij onder invloed was of zich dreigend opstelde, geen ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakt. De interne veiligheid is immers een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. Noch in de motivering van de voorlopige maatregel, noch in het RAD wordt vermeld dat er een concreet gevaar was voor de fysieke integriteit van klager zelf, het personeel of andere gedetineerden. Van beschadigingen van goederen of de dreiging daarvoor, was ook geen sprake. Het gevaar wordt louter hypothetisch geformuleerd. De directie had een voorlopige maatregel kunnen nemen omdat zij vreesde voor de orde of de veiligheid. In dat geval had men klager bepaalde voorwerpen kunnen ontnemen, had men klager kunnen uitsluiten van bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten en had men klager zelfs kunnen observeren. Indien de situatie toch meer ingrijpende maatregelen vereiste, had men een nieuwe voorlopige maatregel kunnen nemen en kon men klager alsnog toewijzen aan zijn verblijfsruimte of onderbrengen in de beveiligde cel. Aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel niet opgelegd worden. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel niet conform de Basiswet werd opgelegd. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
De directie nam kennis van het RAD. Klager werd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gehoord door de directie waarna klager werd gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Enkele dagen later besliste de directie naar aanleiding van politionele informatie om de opgelegde sanctie te vernietigen. De politionele informatie lijkt van dien aard te zijn dat klager toch onschuldig was. Ondanks zijn onschuld, heeft klager toch tien dagen onder ATV verbleven. Om die reden is de klacht gegrond. De tuchtbeslissing is reeds vernietigd door de directie. Aangezien klager tijdens de onwettige voorlopige maatregel en de onterechte tuchtsanctie afgezonderd was in zijn verblijfsruimte, zijn de voorwaarden tot toekenning van een tegemoetkoming vervuld. De klachtencommissie kent derhalve aan klager de volgende tegemoetkoming toe: twee extra ongestoorde bezoeken die dienen te worden ingepland binnen de drie maanden vanaf de betekening van huidige beslissing én 60 belminuten.