KC04/26-0122
Ongegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 15/05/2026 en een tuchtbeslissing van 18/05/2026 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de voorlopige maatregel: de directeur besliste om klager op de beveiligde cel te plaatsen op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). Onder de interne veiligheid wordt begrepen: een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding (artikel 2, 9° Basiswet).
De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot plaatsing op de beveiligde cel in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” opgelegd.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten, de voorlopige maatregel en geen onredelijk of onbillijke straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 15/05/2026 en een tuchtbeslissing van 18/05/2026 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de voorlopige maatregel: de directeur besliste om klager op de beveiligde cel te plaatsen op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). Onder de interne veiligheid wordt begrepen: een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt en waarin roerende of onroerende goederen geen gevaar lopen van wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding (artikel 2, 9° Basiswet).
De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel voldoende blijkt waarom de interne veiligheid werd aangetast. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot plaatsing op de beveiligde cel in het voorliggend dossier wettig, redelijk en billijk was. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” opgelegd.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport aan de directeur (RAD). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
De feiten vormen een tuchtrechtelijk inbreuk van de eerste categorie. Voor een tuchtinbreuk van de eerste categorie kan maximaal 30 dagen ATV worden opgelegd zodat de tuchtsanctie wettig was. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten, de voorlopige maatregel en geen onredelijk of onbillijke straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. Om deze redenen is de klacht ongegrond.