Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0128

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - CAMERABEELDEN

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing waarbij hij werd gesanctioneerd wegens een incident in het atelier.

Tijdens de zitting van de klachtencommissie vroegen klager en zijn advocaat om de camerabeelden te bekijken. Er rust op de directie geen verplichting om de camerabeelden te bekijken wanneer de gedetineerde hiernaar vraagt, voor zover er geen tegenindicaties zijn waardoor getwijfeld kan worden aan de feiten zoals beschreven in het RAD. De directie beslist in dat geval autonoom of zij het bekijken van de camerabeelden nuttig acht. Zij dient zich wel alle nuttige informatie te laten bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden of het horen van getuigen, is wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen.

De precieze handelingen die klager stelde, werden op voldoende gedetailleerde wijze beschreven in het RAD. De klachtencommissie vindt ook niet dat klager tegenindicaties heeft opgeworpen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het RAD. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting heeft klager bovendien zelf erkend dat hij de medegedetineerde heeft weggeduwd, waardoor de feiten reeds konden worden gekwalificeerd als een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie hoefde in dit dossier de camerabeelden dus niet te bekijken en kon zich voor het schuldig verklaren van klager aan de feiten louter baseren op het (duidelijke) RAD. De klacht is ongegrond.