Ga verder naar de inhoud

KC05/22-0067

Ongegrond Gegrond Tegemoetkoming Onontvankelijk KC - Brugge Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID – TUCHT – CAMERABEELDEN – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT – TEGEMOETKOMING

Klager heeft drie klachten ingediend.

De eerste klacht gaat over de plaatsing van klager in een beperkt regime. Klager meende dat het om een tuchtsanctie ging waarvan hij geen weet had. De directie stelde in haar verweer dat het beperkte regime van klager het gevolg was van zijn weigering om de (verplichte) tuberculosetest af te nemen. De klachtencommissie is van oordeel dat in dit specifieke geval geen geïndividualiseerde beslissing ten aanzien van klager werd genomen door de directie. De klacht is niet ontvankelijk.

De tweede klacht gaat over de doorzoeking van de verblijfsruimte van klager. Klager stelt dat hij hiervan geen weet had. De directie zag daarentegen geen redenen waaruit zou blijken dat klager niet aanwezig was bij de celcontrole, aangezien de beambten anders een bericht hadden achtergelaten. De klachtencommissie is van oordeel dat klager onvoldoende geloofwaardige elementen heeft aangereikt die doen vermoeden dat er zich een celcontrole buiten zijn aanwezigheid heeft voorgedaan. De klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De derde klacht gaat over een tuchtsanctie. Klager stelt dat hij niets heeft gedaan, wat kan worden vastgesteld op de camerabeelden. De directie besliste om na het opleggen van de tuchtsanctie de beelden te bekijken. Zij stelde vast dat de beelden niet helemaal overeenkomen met wat in het RAD werd beschreven. Hoewel de tuchtsanctie was uitgezeten, besliste de directie eigenhandig om de tuchtsanctie te schrappen uit het tuchtregister van klager.
De klachtencommissie merkt op dat uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting niet kan worden afgeleid of de directie de camerabeelden op dat ogenblik heeft bekeken. Dit is geen verplichting voor de directie, die autonoom beslist of zij het bekijken van camerabeelden nuttig acht. Het stellen van bijkomende onderzoeksdaden, zoals het opvragen van camerabeelden, is echter wel nodig indien dit noodzakelijk blijkt om tot een zorgvuldige feitenvinding te komen. Door het achteraf opvragen en bekijken van de camerabeelden, geeft de directie toe dat zij wel degelijk twijfelde over de in het RAD vermelde feiten. De beelden bevestigden overigens dat de feiten niet helemaal overeenkwamen met wat in het RAD was opgenomen. De directie had dit echter nader moeten onderzoeken, vooraleer zij de tuchtrechtelijke inbreuken als bewezen kon beschouwen. De klachtencommissie acht de tuchtbeslissing dan ook in strijd met de zorgvuldigheidsplicht. De klacht is ontvankelijk en gegrond.

Klager heeft de tuchtsanctie volledig uitgezeten. De klachtencommissie is van oordeel dat de gevolgen van de door haar vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. De klachtencommissie kent aan klager een tegemoetkoming toe die bestaat uit 5 dagen extra individuele wandeling.