KC05/22-0140
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Overplaatsing
Andere beslissing directeur
OVERPLAATSING – BEVOEGDHEID – CELMUTATIE
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen het feit dat klager niet wordt overgeplaatst vanuit de gevangenis van Brugge naar een gevangenis dichter bij zijn familie. De klachtencommissie wijst op de bijzondere procedure die in de Basiswet is opgenomen met betrekking tot overplaatsingen. Zij is in ieder geval niet bevoegd om hierover te oordelen. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht is gericht tegen de plaatsing van klager op de veiligheidscel. Klager en de directie verschillen van mening over de vraag of dit al dan niet een afzondering op eigen verzoek van klager betrof. De klachtencommissie stelt vast dat de afzondering van klager in de veiligheidscel niet eenvoudigweg een vrijwillige afzondering betrof. Niettegenstaande klager mogelijks op een gegeven moment de wil heeft geuit om uit eigen beweging te worden afgezonderd, wordt niet betwist dat deze vrijwilligheid op een gegeven moment – vrij spoedig na het uiten van deze wil en ten laatste op het moment van de overbrenging van klager naar de veiligheidscel – verdwenen was. Zodoende werd er minstens namens de directeur een beslissing genomen tot plaatsing van klager op de veiligheidscel. De tweede klacht is ontvankelijk.
Wat betreft de gegrondheid van de tweede klacht, stelt de klachtencommissie vast dat er geen schriftelijke weerslag bestaat van deze plaatsing. Er is enkel een beslissing tot fouillering op het lichaam die gewag maakt van deze plaatsing. Deze fouillering bevat overigens geen enkele individuele aanwijzing waarom deze voor de handhaving van de orde of veiligheid noodzakelijk was. Door het ontbreken van enige schriftelijke neerslag of (notities in) een register, kan de klachtencommissie niet vaststellen hoe deze plaatsing is verlopen. De beslissing tot plaatsing is onwettig. Deze tweede klacht is gegrond.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen het feit dat klager niet wordt overgeplaatst vanuit de gevangenis van Brugge naar een gevangenis dichter bij zijn familie. De klachtencommissie wijst op de bijzondere procedure die in de Basiswet is opgenomen met betrekking tot overplaatsingen. Zij is in ieder geval niet bevoegd om hierover te oordelen. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht is gericht tegen de plaatsing van klager op de veiligheidscel. Klager en de directie verschillen van mening over de vraag of dit al dan niet een afzondering op eigen verzoek van klager betrof. De klachtencommissie stelt vast dat de afzondering van klager in de veiligheidscel niet eenvoudigweg een vrijwillige afzondering betrof. Niettegenstaande klager mogelijks op een gegeven moment de wil heeft geuit om uit eigen beweging te worden afgezonderd, wordt niet betwist dat deze vrijwilligheid op een gegeven moment – vrij spoedig na het uiten van deze wil en ten laatste op het moment van de overbrenging van klager naar de veiligheidscel – verdwenen was. Zodoende werd er minstens namens de directeur een beslissing genomen tot plaatsing van klager op de veiligheidscel. De tweede klacht is ontvankelijk.
Wat betreft de gegrondheid van de tweede klacht, stelt de klachtencommissie vast dat er geen schriftelijke weerslag bestaat van deze plaatsing. Er is enkel een beslissing tot fouillering op het lichaam die gewag maakt van deze plaatsing. Deze fouillering bevat overigens geen enkele individuele aanwijzing waarom deze voor de handhaving van de orde of veiligheid noodzakelijk was. Door het ontbreken van enige schriftelijke neerslag of (notities in) een register, kan de klachtencommissie niet vaststellen hoe deze plaatsing is verlopen. De beslissing tot plaatsing is onwettig. Deze tweede klacht is gegrond.