TUCHT – SCHADE – ZORGVULDIGHEIDSPLICHT – MOTIVERING
Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie van één week ATV. In de tuchtbeslissing werd één tuchtinbreuk van eerste categorie aangekruist (de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee) en één tuchtinbreuk van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen). De tuchtinbreuk wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen werd opgelegd wegens het vinden van een jojo. De klachtencommissie acht het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie klager hieraan schuldig achtte en hem er ook voor sanctioneerde.
De tuchtinbreuk wegens de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee werd opgelegd wegens beschadigingen aan het raam in de cel van klager. Wat betreft deze tuchtinbreuk, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie bij het beoordelen van de feiten niet de vereiste zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd. Klager voert aan dat in zijn celstaat werd opgenomen dat de beschadigingen aan het raam al bestonden. De directie stelde in haar verweer dat zij deze celstaat niet meer terugvond. De directie verwijst wel naar controles die hebben plaatsgevonden en waarbij geen schade aan het raam in de cel van klager zou zijn vastgesteld. Dit doet volgens de klachtencommissie niets af aan het feit dat er geen celstaat wordt voorgelegd waaruit blijkt wat de precieze staat van het raam was op het moment dat klager zijn intrek nam in deze cel. Daarnaast is niet duidelijk of bij de controle rekening werd gehouden met mogelijks alreeds bestaande schade, die al dan niet in de celstaat werd opgenomen. Het valt de klachtencommissie ten slotte op dat in de motivering van de tuchtsanctie geen gewag wordt gemaakt van de feiten van deze beschadigingen noch van de redenen op basis waarvan de directie klager schuldig achtte aan deze tuchtinbreuk. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.
Klager heeft klacht ingediend tegen een tuchtsanctie van één week ATV. In de tuchtbeslissing werd één tuchtinbreuk van eerste categorie aangekruist (de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee) en één tuchtinbreuk van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen). De tuchtinbreuk wegens het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen werd opgelegd wegens het vinden van een jojo. De klachtencommissie acht het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie klager hieraan schuldig achtte en hem er ook voor sanctioneerde.
De tuchtinbreuk wegens de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee werd opgelegd wegens beschadigingen aan het raam in de cel van klager. Wat betreft deze tuchtinbreuk, is de klachtencommissie van oordeel dat de directie bij het beoordelen van de feiten niet de vereiste zorgvuldigheid aan de dag heeft gelegd. Klager voert aan dat in zijn celstaat werd opgenomen dat de beschadigingen aan het raam al bestonden. De directie stelde in haar verweer dat zij deze celstaat niet meer terugvond. De directie verwijst wel naar controles die hebben plaatsgevonden en waarbij geen schade aan het raam in de cel van klager zou zijn vastgesteld. Dit doet volgens de klachtencommissie niets af aan het feit dat er geen celstaat wordt voorgelegd waaruit blijkt wat de precieze staat van het raam was op het moment dat klager zijn intrek nam in deze cel. Daarnaast is niet duidelijk of bij de controle rekening werd gehouden met mogelijks alreeds bestaande schade, die al dan niet in de celstaat werd opgenomen. Het valt de klachtencommissie ten slotte op dat in de motivering van de tuchtsanctie geen gewag wordt gemaakt van de feiten van deze beschadigingen noch van de redenen op basis waarvan de directie klager schuldig achtte aan deze tuchtinbreuk. Om deze redenen is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.