Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0109

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING

De klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam van klager. Hij stelt dat hij zich blijkbaar vreemd zou hebben gedragen aan tafel tijdens het bezoek. Klager wil meer uitleg en wil weten wat er wordt begrepen onder ‘vreemd gedrag’. De motivering van de individuele aanwijzingen in de bestreden beslissing luidt als volgt: “Betrokkene gedroeg zich verdacht samen met zijn bezoeker tijdens het tafelbezoek. Om zeker te zijn dat er geen verboden goederen binnen de inrichting komen”. Uit deze summiere vermelding blijkt naar het oordeel van de klachtencommissie geenszins waarom in het specifieke geval van klager een fouillering op zijn lichaam gerechtvaardigd was. Zo kan uit de beslissing onmogelijk worden afgeleid wat het ‘verdachte gedrag’ van klager inhield. In haar verweer zet de directie nader uiteen welke verdachte handelingen klager en een betrokken medegedetineerde gesteld hebben. De klachtencommissie wijst erop dat dergelijke argumenten al in de beslissing tot fouillering zelf moeten worden opgenomen. Bovendien blijkt zelfs uit het verweer van de directie niet welk verdacht gedrag klager met zijn bezoeker zou hebben gesteld, aangezien in het verweer, naast gedragingen tussen klager en een medegedetineerde, louter het verdachte gedrag van deze medegedetineerde met diens bezoeker wordt beschreven. De klacht is ontvankelijk en gegrond.