KC05/23-0128
Ongegrond
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – BIJSTAND ADVOCAAT – BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Weigeren op cel te gaan, bedreigingen naar personeel”. Hoewel de motivering van de voorlopige maatregel summier is, is het samen met het RAD voor de klachtencommissie voldoende duidelijk op basis waarvan de directie meende dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was die noopte tot het opleggen van een voorlopige maatregel ten aanzien van klager. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Klager had bijstand van een advocaat tijdens de tuchtzitting gevraagd. In het verslag van de tuchtzitting werd genoteerd dat de advocaat niet aanwezig was, doch rechtmatig uitgenodigd. De directie stelde op de tuchtzitting dat de hoorzitting zou worden verdergezet zonder advocaat. Zij had niet de mogelijkheid om deze zitting te verplaatsen aangezien klager onder een voorlopige maatregel werd geplaatst. De klachtencommissie wijst erop dat de gedetineerde het recht heeft om zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat. In het aan de klachtencommissie overgemaakte tuchtdossier van klager zit geen enkel document waaruit blijkt of, hoe en wanneer de door klager opgegeven advocaat zou zijn uitgenodigd voor deze tuchtzitting en of en wat hierop desgevallend zou zijn geantwoord door de advocaat. Dat klager onder een voorlopige maatregel stond, doet niets aan het bovenstaande af. Uit het tuchtdossier blijkt immers niet of de directie heeft afgewogen of er geen kort uitstel kon worden toegekend, zodat klager bijstand kon krijgen van zijn advocaat. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
De derde klacht is gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel, die werd opgelegd één dag nadat klager een tuchtsanctie had gekregen (zie de tweede klacht). Op de zitting van de klachtencommissie werd duidelijk dat de restricties die volgden uit de tuchtbeslissing werden gecombineerd met de bijkomende restricties die volgden uit de bijzondere veiligheidsmaatregel. Bovendien blijkt voor de klachtencommissie dat de directie van oordeel was dat klager enkele uren na zijn tuchtsanctie al nieuwe tuchtinbreuken had gepleegd. Er werd onmiddellijk een bijzondere veiligheidsmaatregel opgestart zonder dat een tuchtprocedure werd doorlopen, waarbij de uit deze veiligheidsmaatregel volgende restricties bovendien golden in cumulatie met en bovenop de restricties die alreeds in voege waren op basis van de tuchtsanctie. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Weigeren op cel te gaan, bedreigingen naar personeel”. Hoewel de motivering van de voorlopige maatregel summier is, is het samen met het RAD voor de klachtencommissie voldoende duidelijk op basis waarvan de directie meende dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was die noopte tot het opleggen van een voorlopige maatregel ten aanzien van klager. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Klager had bijstand van een advocaat tijdens de tuchtzitting gevraagd. In het verslag van de tuchtzitting werd genoteerd dat de advocaat niet aanwezig was, doch rechtmatig uitgenodigd. De directie stelde op de tuchtzitting dat de hoorzitting zou worden verdergezet zonder advocaat. Zij had niet de mogelijkheid om deze zitting te verplaatsen aangezien klager onder een voorlopige maatregel werd geplaatst. De klachtencommissie wijst erop dat de gedetineerde het recht heeft om zich tijdens de tuchtprocedure te laten bijstaan door een advocaat. In het aan de klachtencommissie overgemaakte tuchtdossier van klager zit geen enkel document waaruit blijkt of, hoe en wanneer de door klager opgegeven advocaat zou zijn uitgenodigd voor deze tuchtzitting en of en wat hierop desgevallend zou zijn geantwoord door de advocaat. Dat klager onder een voorlopige maatregel stond, doet niets aan het bovenstaande af. Uit het tuchtdossier blijkt immers niet of de directie heeft afgewogen of er geen kort uitstel kon worden toegekend, zodat klager bijstand kon krijgen van zijn advocaat. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
De derde klacht is gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel, die werd opgelegd één dag nadat klager een tuchtsanctie had gekregen (zie de tweede klacht). Op de zitting van de klachtencommissie werd duidelijk dat de restricties die volgden uit de tuchtbeslissing werden gecombineerd met de bijkomende restricties die volgden uit de bijzondere veiligheidsmaatregel. Bovendien blijkt voor de klachtencommissie dat de directie van oordeel was dat klager enkele uren na zijn tuchtsanctie al nieuwe tuchtinbreuken had gepleegd. Er werd onmiddellijk een bijzondere veiligheidsmaatregel opgestart zonder dat een tuchtprocedure werd doorlopen, waarbij de uit deze veiligheidsmaatregel volgende restricties bovendien golden in cumulatie met en bovenop de restricties die alreeds in voege waren op basis van de tuchtsanctie. Deze derde klacht is ontvankelijk en gegrond.