Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0149

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT

Klager werd in voorliggende zaak schuldig bevonden aan een tuchtinbreuk van de tweede categorie “het zich zonder toelating bevinden in een ruimte buiten de toegestane tijdsperiode of in een ruimte die men niet gerechtigd is te betreden” omdat hij over een omheining klom.

De directie is tot deze beslissing gekomen op basis van feiten van die werden beschreven in een rapport aan de directeur (“RAD”) over klager. Wanneer er geen tegenaanwijzingen zijn, kan de directeur zich in principe baseren op rapporten van penitentiair beambten om tuchtfeiten en hun ernst te beoordelen.

Klager kon zich verdedigen over de feiten die hem ten laste werden gelegd tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager voerde aan dat hij aan de chef vroeg of hij om de bal mocht gaan, waarop de chef een duim in de lucht gestoken zou hebben en betrokkene dacht dat hij om de bal mocht gaan. Klager betwist niet dat hij over de omheining klom. Klager betwist wel dat hij dit zonder toelating deed. Klager maakt echter niet hard dat hij toestemming had van een beambte.

De directeur kon dan ook redelijkerwijze voortgaan op het rapport aan de directeur en de tuchtinbreuk als bewezen beschouwen. De opgelegde tuchtsanctie van 1 week individuele wandeling is niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond.