VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – SANCTIE
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Klager kreeg deze opgelegd omdat hij weigerde te muteren van een gesloten naar een open regime. De klachtencommissie stelt vast dat noch in het RAD, noch in de voorlopige maatregel zelf concreet wordt aangegeven waarom er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid bestond. In haar verweer geeft de directie bijkomende uitleg waarom de voorlopige maatregel werd opgemaakt (een hogere concentratie overbevolking die zou leiden tot hogere risico’s op agressie). Dit moest in ieder geval al in de beslissing tot voorlopige maatregel zelf worden opgenomen. Nog los daarvan kan klager echter op geen enkele manier rechtstreeks verantwoordelijk gehouden worden voor het feit dat er in de gevangenis van Brugge sprake is van overbevolking of voor uit deze overbevolking voortvloeiende risico’s. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV voor een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. Klager werd dus bestraft met dertig dagen ATV voor een tuchtinbreuk van tweede categorie, terwijl voor dergelijke inbreuken maximaal een tuchtsanctie van vijftien dagen ATV kan worden opgelegd. De directie voerde in haar verweer nog aan dat er verkeerdelijk geen tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de orde) werd aangekruist in de tuchtbeslissing. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt echter ook niet uiteengezet waarom er sprake zou zijn van een opzettelijke aantasting van de orde. Gelet op het belang van tuchtprocedures en de impact die tuchtsancties kunnen hebben op het detentieverloop van een gedetineerde, kan deze interne tegenstrijdigheid niet zomaar worden weggezet als een administratieve slordigheid of vergissing. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Klager kreeg deze opgelegd omdat hij weigerde te muteren van een gesloten naar een open regime. De klachtencommissie stelt vast dat noch in het RAD, noch in de voorlopige maatregel zelf concreet wordt aangegeven waarom er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid bestond. In haar verweer geeft de directie bijkomende uitleg waarom de voorlopige maatregel werd opgemaakt (een hogere concentratie overbevolking die zou leiden tot hogere risico’s op agressie). Dit moest in ieder geval al in de beslissing tot voorlopige maatregel zelf worden opgenomen. Nog los daarvan kan klager echter op geen enkele manier rechtstreeks verantwoordelijk gehouden worden voor het feit dat er in de gevangenis van Brugge sprake is van overbevolking of voor uit deze overbevolking voortvloeiende risico’s. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV voor een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel. Klager werd dus bestraft met dertig dagen ATV voor een tuchtinbreuk van tweede categorie, terwijl voor dergelijke inbreuken maximaal een tuchtsanctie van vijftien dagen ATV kan worden opgelegd. De directie voerde in haar verweer nog aan dat er verkeerdelijk geen tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de orde) werd aangekruist in de tuchtbeslissing. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt echter ook niet uiteengezet waarom er sprake zou zijn van een opzettelijke aantasting van de orde. Gelet op het belang van tuchtprocedures en de impact die tuchtsancties kunnen hebben op het detentieverloop van een gedetineerde, kan deze interne tegenstrijdigheid niet zomaar worden weggezet als een administratieve slordigheid of vergissing. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.