KC05/23-0162
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Geen beslissing directeur
BEVOEGDHEID - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
Klaagster heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over de beslissing tot het verlengen van de voorlopige hechtenis van klaagster. Dergelijke beslissingen worden genomen door de onderzoeksgerechten in het kader van de Wet Voorlopige Hechtenis. Deze beslissingen zijn dus geen beslissingen die door of namens de directeur worden genomen en vallen buiten het toepassingsgebied van het formele beklagrecht. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over de beslissing tot de derde verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klaagster. Klaagster werd hierover gehoord door de directie, klaarblijkelijk met bijstand van een advocaat. Diezelfde dag werd uiteindelijk ook de beslissing tot verlenging van de BVM genomen. Daarin wordt verwezen naar de psychische problematiek van klaagster, naar incidenten die zich hebben voorgedaan en naar het gedrag van klaagster (communicatie die moeilijk verloopt, wispelturigheid, onrust, verwardheid en achterdochtigheid). Specifiek naar aanleiding van het gesprek maakte de directie er gewag van dat klaagster zich nog defensief, conflictueus en ontkennend opstelde. Zij blijft constant in discussie gaan en ontkent haar medische en psychische problematiek. Klaagster liet na om op de zitting van de klachtencommissie te verduidelijken waarom zij het oneens was met de bestreden beslissing. Zodoende kan de klachtencommissie enkel voortgaan op hetgeen uit de stukken blijkt. Gegeven de specifieke omstandigheden van de zaak en de beschikbare informatie, kan de klachtencommissie er inkomen dat de directie een BVM ten aanzien van klaagster noodzakelijk achtte. De klachtencommissie stelt vast dat klaagster werd gehoord, met bijstand van een advocaat. De BVM werd voldoende gemotiveerd, met inachtneming van de op dat moment actuele situatie van klaagster. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klaagster heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over de beslissing tot het verlengen van de voorlopige hechtenis van klaagster. Dergelijke beslissingen worden genomen door de onderzoeksgerechten in het kader van de Wet Voorlopige Hechtenis. Deze beslissingen zijn dus geen beslissingen die door of namens de directeur worden genomen en vallen buiten het toepassingsgebied van het formele beklagrecht. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht gaat over de beslissing tot de derde verlenging van een bijzondere veiligheidsmaatregel ten aanzien van klaagster. Klaagster werd hierover gehoord door de directie, klaarblijkelijk met bijstand van een advocaat. Diezelfde dag werd uiteindelijk ook de beslissing tot verlenging van de BVM genomen. Daarin wordt verwezen naar de psychische problematiek van klaagster, naar incidenten die zich hebben voorgedaan en naar het gedrag van klaagster (communicatie die moeilijk verloopt, wispelturigheid, onrust, verwardheid en achterdochtigheid). Specifiek naar aanleiding van het gesprek maakte de directie er gewag van dat klaagster zich nog defensief, conflictueus en ontkennend opstelde. Zij blijft constant in discussie gaan en ontkent haar medische en psychische problematiek. Klaagster liet na om op de zitting van de klachtencommissie te verduidelijken waarom zij het oneens was met de bestreden beslissing. Zodoende kan de klachtencommissie enkel voortgaan op hetgeen uit de stukken blijkt. Gegeven de specifieke omstandigheden van de zaak en de beschikbare informatie, kan de klachtencommissie er inkomen dat de directie een BVM ten aanzien van klaagster noodzakelijk achtte. De klachtencommissie stelt vast dat klaagster werd gehoord, met bijstand van een advocaat. De BVM werd voldoende gemotiveerd, met inachtneming van de op dat moment actuele situatie van klaagster. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.