KC05/23-0165
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
GEZONDHEID - MOTIVERING
Klager is het niet eens met de beslissing waarbij zijn rolstoel werd afgenomen. In het Huishoudelijk Reglement van de gevangenis van Brugge staat onder de titel ‘bezit van voorwerpen’ dat ‘medische hulpmiddelen’ beschouwd worden als toegelaten voorwerpen. Het staat voor de klachtencommissie vast dat de rolstoel van klager als medisch hulpmiddel een toegelaten voorwerp betreft. Het werd in dit dossier niet verduidelijkt, ook niet op de zitting, welk personeelslid heeft bevolen om de rolstoel van klager af te nemen. De gedetineerde heeft echter het recht om toegelaten voorwerpen op cel te houden. In de Basiswet wordt duidelijk bepaald dat het inrichtingshoofd en het onder zijn leiding en gezag staand personeel de verantwoordelijkheid dragen voor de handhaving van de orde en de veiligheid. Wordt een toegelaten voorwerp van een gedetineerde afgenomen, betreft dit naar het oordeel van de klachtencommissie steeds – en dus ook in de situatie van klager – een beslissing namens de directie. Een arts kan hierin mogelijks adviezen verstrekken aan de directie, maar geen beslissing nemen. De klacht is ontvankelijk.
De klachtencommissie ziet vervolgens, wat betreft de gegrondheid van de klacht, geen enkele reden die kan rechtvaardigen waarom de rolstoel van klager werd afgenomen. De directie heeft niet aangetoond dat het bezit van deze rolstoel onverenigbaar was met de orde of de veiligheid of dat klager deze rolstoel heeft afgewend van het normale gebruik ervan. De bestreden beslissing is onwettig en onredelijk. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing. Ten gevolge van deze vernietiging dient klager onmiddellijk, voor zover dit nog niet zou gebeurd zijn, terug in het bezit te worden gesteld van zijn rolstoel.
Klager is het niet eens met de beslissing waarbij zijn rolstoel werd afgenomen. In het Huishoudelijk Reglement van de gevangenis van Brugge staat onder de titel ‘bezit van voorwerpen’ dat ‘medische hulpmiddelen’ beschouwd worden als toegelaten voorwerpen. Het staat voor de klachtencommissie vast dat de rolstoel van klager als medisch hulpmiddel een toegelaten voorwerp betreft. Het werd in dit dossier niet verduidelijkt, ook niet op de zitting, welk personeelslid heeft bevolen om de rolstoel van klager af te nemen. De gedetineerde heeft echter het recht om toegelaten voorwerpen op cel te houden. In de Basiswet wordt duidelijk bepaald dat het inrichtingshoofd en het onder zijn leiding en gezag staand personeel de verantwoordelijkheid dragen voor de handhaving van de orde en de veiligheid. Wordt een toegelaten voorwerp van een gedetineerde afgenomen, betreft dit naar het oordeel van de klachtencommissie steeds – en dus ook in de situatie van klager – een beslissing namens de directie. Een arts kan hierin mogelijks adviezen verstrekken aan de directie, maar geen beslissing nemen. De klacht is ontvankelijk.
De klachtencommissie ziet vervolgens, wat betreft de gegrondheid van de klacht, geen enkele reden die kan rechtvaardigen waarom de rolstoel van klager werd afgenomen. De directie heeft niet aangetoond dat het bezit van deze rolstoel onverenigbaar was met de orde of de veiligheid of dat klager deze rolstoel heeft afgewend van het normale gebruik ervan. De bestreden beslissing is onwettig en onredelijk. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing. Ten gevolge van deze vernietiging dient klager onmiddellijk, voor zover dit nog niet zou gebeurd zijn, terug in het bezit te worden gesteld van zijn rolstoel.