Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0179

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN VOORWERPEN

Klager dient een klacht in tegen een voorlopige maatregel die hem werd opgelegd na de vondst van een gsm-toestel. Klager vond bij het schoonmaken van zijn cel een kapot gsm-toestel. Hij heeft dit meteen gemeld aan de cipier en overhandigde het toestel.

Wat betreft de ontvankelijkheid van de klacht, stelt de klachtencommissie vast dat de klacht van klager op een beroepschrift werd geformuleerd. De directie betwiste de ontvankelijkheid van de klacht, omdat klager het verkeerde formulier had gebruikt. De klachtencommissie wijst erop dat het gebruik van een ‘beroepschrift’ in plaats van een ‘klachtenformulier’ niet zomaar de niet-ontvankelijkheid van een klacht met zich meebrengt. Deze modelformulieren worden ter beschikking gesteld van gedetineerden, maar zijn louter een hulpmiddel. Klachten kunnen evengoed in een gewone brief, in een rapportbriefje of op gelijk welk ander papier worden genoteerd. De gedetineerde dient enkel zo nauwkeurig mogelijk melding te maken van de beslissing waarover wordt geklaagd en de redenen van de klacht. De klacht is ontvankelijk.

De klachtencommissie is vervolgens, wat betreft de gegrondheid van de klacht, van oordeel dat de bestreden voorlopige maatregel onvoldoende werd gemotiveerd. Zo wordt in de voorlopige maatregel op geen enkele wijze verduidelijkt waarom de concrete feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakten. Klager voerde in zijn klachtenformulier aan dat hij een – kapotte – gsm op cel had gevonden tijdens een schoonmaak en deze onmiddellijk en spontaan heeft afgegeven aan een beambte. Dit wordt door de directie niet betwist. Waarom er dan, gelet op deze handelingen van klager, volgens de directie alsnog een ernstige en bovendien opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was, is geenszins duidelijk. Waarom klager bovendien vrijwillig een verboden voorwerp zoals een gsm zou afgeven aan beambten, behalve indien dit te goeder trouw was, werd door de directie evenmin verklaard. De klacht is ontvankelijk en gegrond.