Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0222

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT – RECHTEN VAN VERDEDIGING

De klacht is gericht tegen een tuchtsanctie. Klager gaat niet akkoord met deze sanctie, omdat hij onder voorlopige maatregel stond en de wettelijke termijn van 72 uur werd overschreden. De klachtencommissie bevestigt dat een gedetineerde moet worden gehoord binnen de 72 uur nadat een voorlopige maatregel in werking is getreden. Volgens vaststaande rechtspraak betreft dit echter een termijn van orde. De overschrijding van deze termijn impliceert dus niet, zoals (de advocaat van) klager aanvoert, dat de directie geen enkele tuchtsanctie meer had kunnen opleggen. De directie besliste bovendien om in te gaan op de vraag van de advocaat van klager en een (zeer) kort uitstel toe te kennen, zijnde één dag na deze waarop de tuchtzitting gepland stond, zodat klager kon gehoord worden met bijstand van zijn advocaat. Klager had op de uitgestelde tuchtzitting bijstand van zijn advocaat. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie hierbij duidelijk en enkel maar heeft gehandeld met het oog op het waarborgen van de rechten van verdediging van klager. Het was ook de advocaat van klager zelf die – op de dag waarop de tuchtzitting gepland stond – had gebeld met de vraag om de zitting kort uit te stellen, zodat klager alsnog kon worden bijgestaan. Deze klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.