KC05/23-0232
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Brugge
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL – TEGEMOETKOMING
Klaagster heeft klacht ingediend tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie wijst erop dat in de Basiswet over de verhouding tussen de tuchtprocedure en bijzondere veiligheidsmaatregelen wordt bepaald dat deze laatste onder geen voorwendsel het karakter mogen hebben van een tuchtsanctie, ook al zouden zij genomen worden op grond van feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties. In het dossier van klaagster is er sprake van drie RAD’s, waarin gewag wordt gemaakt van verschillende feiten. Op de zitting van de klachtencommissie kwam naar voren dat er een tuchtprocedure was opgestart tegen klaagster en er ook, voorafgaand aan het horen in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel, een tuchtzitting zou hebben plaatsgevonden. De klachtencommissie heeft er, bij gebreke aan stukken of bijkomende argumenten van de directie, geen zicht op hoe deze tuchtprocedure is verlopen, wat hierop door de directie, klaagster en haar advocaat werd gezegd en hoe deze tuchtprocedure desgevallend werd afgesloten. Uit de motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel blijkt dan weer dat de directie klaagster minstens verweet om ‘de orde te storen op de sectie en wandeling’, wat mogelijks ook een tuchtinbreuk van eerste categorie is. De klachtencommissie is er zodoende niet van overtuigd dat de bijzondere veiligheidsmaatregel niet met een bestraffend karakter werd opgelegd. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming vier uur gratis beltegoed toe, die aan klaagster moeten worden toegekend binnen een termijn van één maand na kennisgeving van deze beslissing aan de directie.
Klaagster heeft klacht ingediend tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie wijst erop dat in de Basiswet over de verhouding tussen de tuchtprocedure en bijzondere veiligheidsmaatregelen wordt bepaald dat deze laatste onder geen voorwendsel het karakter mogen hebben van een tuchtsanctie, ook al zouden zij genomen worden op grond van feiten die tevens aanleiding kunnen geven tot tuchtsancties. In het dossier van klaagster is er sprake van drie RAD’s, waarin gewag wordt gemaakt van verschillende feiten. Op de zitting van de klachtencommissie kwam naar voren dat er een tuchtprocedure was opgestart tegen klaagster en er ook, voorafgaand aan het horen in het kader van een bijzondere veiligheidsmaatregel, een tuchtzitting zou hebben plaatsgevonden. De klachtencommissie heeft er, bij gebreke aan stukken of bijkomende argumenten van de directie, geen zicht op hoe deze tuchtprocedure is verlopen, wat hierop door de directie, klaagster en haar advocaat werd gezegd en hoe deze tuchtprocedure desgevallend werd afgesloten. Uit de motivering van de bijzondere veiligheidsmaatregel blijkt dan weer dat de directie klaagster minstens verweet om ‘de orde te storen op de sectie en wandeling’, wat mogelijks ook een tuchtinbreuk van eerste categorie is. De klachtencommissie is er zodoende niet van overtuigd dat de bijzondere veiligheidsmaatregel niet met een bestraffend karakter werd opgelegd. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie kent als tegemoetkoming vier uur gratis beltegoed toe, die aan klaagster moeten worden toegekend binnen een termijn van één maand na kennisgeving van deze beslissing aan de directie.