Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0235

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Tucht
TUCHT – MOTIVERING

De klacht is gericht tegen de bijzondere tuchtsanctie van één week individuele wandeling en geen polyvalente zaal (het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband) en dit wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. De klachtencommissie merkt ten eerste op dat er geen verband bestaat tussen de vermelde feiten (‘beledigen personeel’) en de motivering van de tuchtbeslissing aan de ene kant en de aangekruiste tuchtinbreuk aan de andere kant. Aan welke tuchtinbreuk de directie klaagster al dan niet schuldig achtte en op basis van welke motieven, is op basis van de tuchtbeslissing onduidelijk. Ten tweede ziet de klachtencommissie niet in waaruit het verband bestaat tussen de opgelegde bijzondere tuchtsanctie en de aard of omstandigheden van de tuchtinbreuk. De klachtencommissie vindt de tuchtsanctie ten derde ook onredelijk. Klaagster werd ervan beschuldigd een beambte te hebben beledigd tijdens een telefoongesprek met haar echtgenoot, wat tot op de gang te horen was. De klachtencommissie wijst erop dat telefoongesprekken, zeker met een persoon zoals de echtgenoot of familie van een gedetineerde, tot de privésfeer behoren van de betrokken partijen. Daarnaast heeft klaagster ook nadrukkelijk gezwegen ten aanzien van de beambte op meerdere momenten. Zij heeft haar frustraties louter geuit aan de telefoon ten aanzien van haar echtgenoot. Hieruit blijkt voor de klachtencommissie dat er geen intentie was tot beledigen van de betrokken beambte. Dat klaagster dit luid zou gezegd hebben en dit hoorbaar zou geweest zijn tot buiten de cel, bewijst nog geen intentie tot het beledigen van een in de gevangenis aanwezige persoon. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond.