KC05/23-0246
Ongegrond
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Ordemaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – ORDEMAATREGEL – ONTSLAG – REGIMEMUTATIE
Klager heeft vier klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze werd gemotiveerd als volgt: “gsm op cel”. De klachtencommissie is van oordeel dat deze voorlopige maatregel onvoldoende werd gemotiveerd. Zo wordt niet verduidelijkt waarom de feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakten. De loutere vermelding ‘gsm op cel’ is niet voldoende om een dergelijke ingrijpende beslissing te rechtvaardigen. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Klager betwistte niet dat hij de feiten had gepleegd. Hij diende wel klacht in omdat zijn voorlopige maatregel niet in rekening werd genomen bij het bepalen van zijn tuchtsanctie en hij zo eigenlijk 33 dagen ATV had gekregen. De directie gaf dit nog tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie toe en stelde dat het om een administratieve fout ging, die werd rechtgezet. De klachtencommissie stelt vast dat de duurtijd van de voorlopige maatregel inderdaad niet in mindering werd gebracht van de sanctie van dertig dagen ATV en klager zodoende op basis van de bestreden beslissing 33 dagen in een gelijksoortig afzonderingsregime zou moeten hebben verblijven. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing.
De derde klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager werd afgezet van zijn werk. In de ordemaatregel wordt verwezen naar het aantreffen van een gsm op cel. Hoewel klager zich door het nemen van deze ordemaatregel een tweede keer gestraft voelt, is de klachtencommissie er niet van overtuigd dat de directie deze ordemaatregel met een bestraffende intentie heeft genomen. Het valt binnen haar discretionaire bevoegdheid om klager op basis van het in de ordemaatregel vermelde gedrag niet langer geschikt te achten voor het uitoefenen van een vertrouwensfunctie en hem ook om die reden af te zetten van deze functie. Deze derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De vierde klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager naar een gesloten afdeling werd gemuteerd. In de ordemaatregel wordt verwezen naar het aantreffen van een gsm op cel. Hoewel klager zich door het nemen van deze ordemaatregel een tweede keer gestraft voelt, is de klachtencommissie er niet van overtuigd dat de directie deze ordemaatregel met een bestraffende intentie heeft genomen. Het valt binnen haar discretionaire bevoegdheid om te bepalen dat het door klager gestelde gedrag niet verenigbaar was met een (verder) verblijf op een open sectie en hem daarom ook intern te muteren naar een gesloten sectie. Deze vierde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft vier klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze werd gemotiveerd als volgt: “gsm op cel”. De klachtencommissie is van oordeel dat deze voorlopige maatregel onvoldoende werd gemotiveerd. Zo wordt niet verduidelijkt waarom de feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid uitmaakten. De loutere vermelding ‘gsm op cel’ is niet voldoende om een dergelijke ingrijpende beslissing te rechtvaardigen. Deze eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van dertig dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. Klager betwistte niet dat hij de feiten had gepleegd. Hij diende wel klacht in omdat zijn voorlopige maatregel niet in rekening werd genomen bij het bepalen van zijn tuchtsanctie en hij zo eigenlijk 33 dagen ATV had gekregen. De directie gaf dit nog tijdens de uitvoering van de tuchtsanctie toe en stelde dat het om een administratieve fout ging, die werd rechtgezet. De klachtencommissie stelt vast dat de duurtijd van de voorlopige maatregel inderdaad niet in mindering werd gebracht van de sanctie van dertig dagen ATV en klager zodoende op basis van de bestreden beslissing 33 dagen in een gelijksoortig afzonderingsregime zou moeten hebben verblijven. Deze tweede klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie stelt haar beslissing in de plaats van de vernietigde beslissing.
De derde klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager werd afgezet van zijn werk. In de ordemaatregel wordt verwezen naar het aantreffen van een gsm op cel. Hoewel klager zich door het nemen van deze ordemaatregel een tweede keer gestraft voelt, is de klachtencommissie er niet van overtuigd dat de directie deze ordemaatregel met een bestraffende intentie heeft genomen. Het valt binnen haar discretionaire bevoegdheid om klager op basis van het in de ordemaatregel vermelde gedrag niet langer geschikt te achten voor het uitoefenen van een vertrouwensfunctie en hem ook om die reden af te zetten van deze functie. Deze derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De vierde klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager naar een gesloten afdeling werd gemuteerd. In de ordemaatregel wordt verwezen naar het aantreffen van een gsm op cel. Hoewel klager zich door het nemen van deze ordemaatregel een tweede keer gestraft voelt, is de klachtencommissie er niet van overtuigd dat de directie deze ordemaatregel met een bestraffende intentie heeft genomen. Het valt binnen haar discretionaire bevoegdheid om te bepalen dat het door klager gestelde gedrag niet verenigbaar was met een (verder) verblijf op een open sectie en hem daarom ook intern te muteren naar een gesloten sectie. Deze vierde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.