Ga verder naar de inhoud

KC05/23-0247

Ongegrond KC - Brugge Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT

Klaagster heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Deze werd opgelegd omwille van de dreigende houding van klaagster ten aanzien van haar celgenote. Op het moment van deze feiten was klaagster volgens het RAD niet voor rede vatbaar. De klachtencommissie acht het niet onwettig, onredelijk of onbillijk dat de directie op basis van deze informatie oordeelde dat er een ernstige en opzettelijke aantasting was van de interne veiligheid en klaagster daarom in de beveiligde cel moest worden ondergebracht. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van één week ATV (voorwaardelijk, met een uitstel van twee maanden) en dit wegens één tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de orde en één tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort. De klachtencommissie stelt vast dat klaagster op de tuchtzitting niet betwistte dat ze een discussie had met haar celgenote en er hierdoor nachtelijk lawaai werd veroorzaakt waardoor ook de orde werd verstoord. Waar klaagster stelt dat dit niet opzettelijk gebeurde, ziet de klachtencommissie geen elementen waaruit op aannemelijk wijze zou blijken dat het enkel de celgenote van klaagster zou geweest zijn die aan het discussiëren was en/of de lawaaihinder zou hebben veroorzaakt. De klachtencommissie stelt ten slotte nog vast dat de advocaat van klaagster op de tuchtzitting zelf had gevraagd om ofwel de tijd onder voorlopige maatregel als sanctie te aanvaarden ofwel een sanctie met uitstel op te leggen. De directie is hierop ingegaan en heeft aan klaagster een week ATV opgelegd met een volledig uitstel en dit gedurende twee maanden. De klachtencommissie volgt de directie dan ook waar deze stelt dat de sanctie niet disproportioneel is. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.