KC05/23-0251
Gegrond
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
SCHADE – KLEDIJ
De klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een schadedossier op te stellen over de verdwijning van enkele kledingstukken van klager. De klachtencommissie wijst in dit kader op de in Collectieve Brief nr. 133 uiteengezette procedure. Volgens de klachtencommissie heeft klager aan de directie duidelijk te kennen gegeven dat hij zijn goederen terug wenste (of, indien ze verdwenen waren, hij hiervoor vergoed wenste te worden). De directie liet ook een celcontrole uitvoeren, maar er werd geen schadedossier opgemaakt. Hieruit blijkt wel dat het duidelijk was voor de directie dat klager zijn verdwenen kledij terug wenste dan wel hiervoor vergoed wilde worden. In een dergelijk geval is het volgens de klachtencommissie de plicht van de directie om aan de gedetineerde terstond een in bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 bedoeld formulier ter beschikking te stellen. De directie had in dit dossier ook de verplichting om een schadedossier op te stellen voor de niet-teruggevonden kledij van klager. Uit het vastgestelde verzuim van de directie vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van de klacht voort. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie bepaalt dat de directie, om de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken, gehouden is tot het opstellen van een schadedossier, dat aan de Directie Juridische Ondersteuning dient te worden bezorgd en dit binnen een termijn van één maand na betekening van deze beslissing aan de directie.
De klacht is gericht tegen het verzuim van de directie om een schadedossier op te stellen over de verdwijning van enkele kledingstukken van klager. De klachtencommissie wijst in dit kader op de in Collectieve Brief nr. 133 uiteengezette procedure. Volgens de klachtencommissie heeft klager aan de directie duidelijk te kennen gegeven dat hij zijn goederen terug wenste (of, indien ze verdwenen waren, hij hiervoor vergoed wenste te worden). De directie liet ook een celcontrole uitvoeren, maar er werd geen schadedossier opgemaakt. Hieruit blijkt wel dat het duidelijk was voor de directie dat klager zijn verdwenen kledij terug wenste dan wel hiervoor vergoed wilde worden. In een dergelijk geval is het volgens de klachtencommissie de plicht van de directie om aan de gedetineerde terstond een in bijlage 1 bij Collectieve Brief nr. 133 bedoeld formulier ter beschikking te stellen. De directie had in dit dossier ook de verplichting om een schadedossier op te stellen voor de niet-teruggevonden kledij van klager. Uit het vastgestelde verzuim van de directie vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van de klacht voort. Deze klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie bepaalt dat de directie, om de gevolgen van haar verzuim ongedaan te maken, gehouden is tot het opstellen van een schadedossier, dat aan de Directie Juridische Ondersteuning dient te worden bezorgd en dit binnen een termijn van één maand na betekening van deze beslissing aan de directie.