KC05/24-0011
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Geen beslissing directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL – MOTIVERING – GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. In de bestreden beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel (verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte) werd aangekruist dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid voorhanden was. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Bedreigingen personeel”. De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel uiterst summier gemotiveerd is. Uit de beslissing blijken geen concrete redenen waaruit de directie afleidt dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was die het opleggen van een voorlopige maatregel noodzaakte. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht gaat over bepaald gedrag dat personeelsleden ten aanzien van klager zouden hebben gesteld. Hij zou door personeelsleden bedreigd geweest zijn. Er werd ook een RAD opgesteld ten aanzien van hem. De klachtencommissie is van oordeel dat klagers tweede klacht niet gericht is tegen een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen, noch tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De tweede klacht is niet ontvankelijk.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. In de bestreden beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel (verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte) werd aangekruist dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid voorhanden was. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “Bedreigingen personeel”. De klachtencommissie is van oordeel dat de voorlopige maatregel uiterst summier gemotiveerd is. Uit de beslissing blijken geen concrete redenen waaruit de directie afleidt dat er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was die het opleggen van een voorlopige maatregel noodzaakte. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht gaat over bepaald gedrag dat personeelsleden ten aanzien van klager zouden hebben gesteld. Hij zou door personeelsleden bedreigd geweest zijn. Er werd ook een RAD opgesteld ten aanzien van hem. De klachtencommissie is van oordeel dat klagers tweede klacht niet gericht is tegen een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen, noch tegen een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. De tweede klacht is niet ontvankelijk.