Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0071

Gegrond KC - Brugge Klachtencommissie Ordemaatregel
ONTSLAG

Klager heeft klacht ingediend tegen de ordemaatregel waarbij hij werd afgezet van zijn werk. De klachtencommissie is van oordeelde dat het op zich niet onwettig, onredelijk of onbillijk is dat de directie klager heeft afgezet van zijn werk. Zij heeft klager afgezet van zijn werk in het magazijn nadat werd aangegeven dat hij zijn werk niet naar behoren uitvoerde en fouten bleef maken. Het gevolg van een dergelijke afzetting is volgens de dienstnota van 18 juni 2015 wel dat de gedetineerde “ander werk [kan] krijgen zodra een ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen”. Uit de bestreden ordemaatregel blijkt dat klager werd afgezet van zijn werk, nieuw werk moest aanvragen en pas na een eventuele goedkeuring op een wachtlijst zou worden geplaatst. Hieruit blijkt niet dat klager passend werk zou krijgen zodra dit voorhanden was en zonder achteraan op de wachtlijst te komen. Het specifieke gevolg dat in de ordemaatregel zelf verbonden werd aan dit ontslag, maakt de beslissing wel onwettig. Zo blijkt namelijk niet dat de directie de principes uit de dienstnota van 18 juni 2015 correct heeft toegepast. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing en stelt haar beslissing in de plaats. Zij bevestigt de afzetting van klager van zijn werk, maar stelt dat hij onmiddellijk ander werk moet krijgen zodra er een ander passend werk voorhanden is en dit zonder achteraan op de wachtlijst te komen.