KC05/24-0099
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Brugge
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
CELCONTROLE – REGIMEMUTATIE – EXTERNE RECHTSPOSITIE – ONTSLAG
Klager heeft vier klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over het niet achterlaten van een bewijs na een celcontrole. De directie schreef in haar verweer dat zij dit heeft nagevraagd bij de beambte, die formeel bevestigde dat er een bewijs op cel achtergelaten was. Klager verbleef in die periode samen met een medegedetineerde op cel. Zodoende kan niet worden uitgesloten dat het papier door de celgenoot werd weggegooid of vernietigd. De klachtencommissie acht het niet aannemelijk gemaakt dat er geen bewijs op cel werd achtergelaten. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de interne mutatie van klager van de Drugsvrije Afdeling (DVA) naar een gesloten sectie. Klager had positief getest naar aanleiding van een vrijwillig afgestaan urinestaal. Dat de directie op basis van deze positieve test meende dat zijn verdere verblijf op de DVA onmogelijk was, acht de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het valt hierbij binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie naar welke sectie zij een gedetineerde overplaatst. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen het schorsen van klagers uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven. Dit gebeurt echter door de DDB en betreft geen directiebeslissing. Dergelijke klachten behoren bovendien tot de externe rechtspositie. De klachtencommissie is niet bevoegd voor het behandelen van deze klachten. De derde klacht is niet ontvankelijk.
De vierde klacht is gericht tegen het ontslag van klager van zijn werk op de DVA. Om te werken op de DVA moet een gedetineerde verblijven op deze afdeling. Een beslissing tot verwijdering van de DVA impliceert dat de van deze afdeling verwijderde gedetineerde in eenzelfde beweging van zijn werk wordt afgezet. Dit is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De vierde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft vier klachten ingediend.
De eerste klacht gaat over het niet achterlaten van een bewijs na een celcontrole. De directie schreef in haar verweer dat zij dit heeft nagevraagd bij de beambte, die formeel bevestigde dat er een bewijs op cel achtergelaten was. Klager verbleef in die periode samen met een medegedetineerde op cel. Zodoende kan niet worden uitgesloten dat het papier door de celgenoot werd weggegooid of vernietigd. De klachtencommissie acht het niet aannemelijk gemaakt dat er geen bewijs op cel werd achtergelaten. De eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de interne mutatie van klager van de Drugsvrije Afdeling (DVA) naar een gesloten sectie. Klager had positief getest naar aanleiding van een vrijwillig afgestaan urinestaal. Dat de directie op basis van deze positieve test meende dat zijn verdere verblijf op de DVA onmogelijk was, acht de klachtencommissie niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Het valt hierbij binnen de discretionaire bevoegdheid van de directie naar welke sectie zij een gedetineerde overplaatst. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen het schorsen van klagers uitgaansvergunningen en penitentiaire verloven. Dit gebeurt echter door de DDB en betreft geen directiebeslissing. Dergelijke klachten behoren bovendien tot de externe rechtspositie. De klachtencommissie is niet bevoegd voor het behandelen van deze klachten. De derde klacht is niet ontvankelijk.
De vierde klacht is gericht tegen het ontslag van klager van zijn werk op de DVA. Om te werken op de DVA moet een gedetineerde verblijven op deze afdeling. Een beslissing tot verwijdering van de DVA impliceert dat de van deze afdeling verwijderde gedetineerde in eenzelfde beweging van zijn werk wordt afgezet. Dit is niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De vierde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.