Ga verder naar de inhoud

KC05/24-0128

Gegrond Tegemoetkoming KC - Brugge Klachtencommissie Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM – MOTIVERING – UITVOERING

Klager heeft twee klachten ingediend.

De eerste klacht is gericht tegen een beslissing tot fouillering op het lichaam van klager. Deze beslissing werd als volgt gemotiveerd: “aantreffen van een verbergplaats in zijn cel. Om uit te sluiten dat hij gevaarlijke of verboden voorwerpen bij zich heeft”. De klachtencommissie vindt deze beslissing onvoldoende gemotiveerd. Het valt, zeker bij gebreke aan een door klager ondertekende celstaat, niet uit te sluiten dat klager niet op de hoogte was van het bestaan van deze verbergplaats. Hij heeft ook maar één maand verbleven in deze cel. Minstens heeft de directie niet gemotiveerd in de beslissing tot fouillering op het lichaam welke individuele aanwijzingen er bestonden die deden vermoeden dat klager deze verbergplaats ook daadwerkelijk gebruikt heeft. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.

De tweede klacht is gericht tegen de uitvoering van de beslissing tot fouillering. Klager voert aan dat hij door de beambten werd verplicht om zich te bukken. De directie stelt op haar beurt in haar verweer dat zij heeft gevraagd aan de beambten hoe de fouillering werd uitgevoerd. De beambten verklaarden dat de fouillering correct werd uitgevoerd. De klachtencommissie stelt vast dat zij een zitting heeft georganiseerd, omdat er nader onderzoek nodig was. Eén van de elementen waarover nader onderzoek vereist was, is de vraag of klager zich al dan niet heeft moeten bukken. Het behandelen van een klacht op een zitting laat toe dat er vragen worden gesteld en dat in onduidelijke situaties, door woord en wederwoord, (idealiter) klaarheid wordt geschapen. De directie weigerde om aanwezig te zijn op de zitting. Zodoende heeft zij niet – afdoende – weerlegd wat klager – op aannemelijke wijze – heeft aangevoerd. De tweede klacht is ontvankelijk en gegrond.