TUCHT – BIJSTAND ADVOCAAT – ONTSLAG – REGIMEMUTATIE
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing. Klager voerde aan dat zijn advocate niet op de hoogte werd gebracht van de tuchtzitting. De directie bevestigt dat door een administratieve fout de advocate effectief niet werd uitgenodigd. Klager zou echter akkoord gegaan zijn om de zitting zonder advocaat te laten doorgaan. De klachtencommissie stelt vast dat in het verslag van de tuchtzitting niets wordt vermeld over de uitnodiging van de advocaat, noch over wat aan klager op deze zitting werd meegedeeld, noch dat hij akkoord ging met de behandeling van zijn tuchtdossier zonder bijstand van zijn advocaat. Ook in de tuchtbeslissing wordt niets vermeld over de uitnodiging en bijstand van de advocaat. Voor de klachtencommissie is op basis van al deze omstandigheden niet aangetoond dat de directie afdoende inspanningen heeft gedaan om het recht van klager op bijstand van zijn advocaat tijdens de tuchtzitting te garanderen, noch is aangetoond dat klager vrij, weloverwogen en geïnformeerd afstand heeft gedaan van dit bijstandsrecht. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de beslissing om klager via ordemaatregel af te zetten van zijn werk. De klachtencommissie wijst erop dat de ordemaatregel summier gemotiveerd is. Toch blijkt uit de ordemaatregel voor de klachtencommissie net voldoende waarom de directie klager niet langer geschikt achtte om zijn functie verder te blijven uitoefenen. Zij was van oordeel dat bepaald gedrag van klager (een vechtpartij op de wandeling) niet strookte met het uitoefenen van een vertrouwensfunctie. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen de beslissing van de directie om klager via ordemaatregel intern te muteren naar een gesloten sectie. Op basis van hetzelfde gedrag van klager dat aanleiding gaf tot zijn ontslag, meende de directie dat zijn verdere verblijf op een open sectie niet langer mogelijk was. Dit gedrag is volgens de directie in strijd met de leefregels op een dergelijke sectie. Deze leefregels zijn bovendien kenbaar gemaakt op de sectie. De derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft drie klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing. Klager voerde aan dat zijn advocate niet op de hoogte werd gebracht van de tuchtzitting. De directie bevestigt dat door een administratieve fout de advocate effectief niet werd uitgenodigd. Klager zou echter akkoord gegaan zijn om de zitting zonder advocaat te laten doorgaan. De klachtencommissie stelt vast dat in het verslag van de tuchtzitting niets wordt vermeld over de uitnodiging van de advocaat, noch over wat aan klager op deze zitting werd meegedeeld, noch dat hij akkoord ging met de behandeling van zijn tuchtdossier zonder bijstand van zijn advocaat. Ook in de tuchtbeslissing wordt niets vermeld over de uitnodiging en bijstand van de advocaat. Voor de klachtencommissie is op basis van al deze omstandigheden niet aangetoond dat de directie afdoende inspanningen heeft gedaan om het recht van klager op bijstand van zijn advocaat tijdens de tuchtzitting te garanderen, noch is aangetoond dat klager vrij, weloverwogen en geïnformeerd afstand heeft gedaan van dit bijstandsrecht. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen de beslissing om klager via ordemaatregel af te zetten van zijn werk. De klachtencommissie wijst erop dat de ordemaatregel summier gemotiveerd is. Toch blijkt uit de ordemaatregel voor de klachtencommissie net voldoende waarom de directie klager niet langer geschikt achtte om zijn functie verder te blijven uitoefenen. Zij was van oordeel dat bepaald gedrag van klager (een vechtpartij op de wandeling) niet strookte met het uitoefenen van een vertrouwensfunctie. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen de beslissing van de directie om klager via ordemaatregel intern te muteren naar een gesloten sectie. Op basis van hetzelfde gedrag van klager dat aanleiding gaf tot zijn ontslag, meende de directie dat zijn verdere verblijf op een open sectie niet langer mogelijk was. Dit gedrag is volgens de directie in strijd met de leefregels op een dergelijke sectie. Deze leefregels zijn bovendien kenbaar gemaakt op de sectie. De derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.